Home > Bomen en struiken > Balkan den

Balkan Den


Klik hieronder om te zoeken in onze website


            Balkan den
Balkan den
Pinus peuce

De houtachtige soorten van het geslacht Pinus hebben een vrij karakteristieke stand van de naalden. Zij groeien op de kortloten of per 5 of per 2-3 in een bundeltje, met uitzondering van de Pinus monphylla, die alleenstaande naalden heeft. Deze den werd ontdekt in 1839 door Grisebach. De zaden ervan arriveerden in 1858 te Kornik in Polen en te Erfurt in Duitsland in 1863. Sedertdien werd hij in de botanische tuinen en parken van Europa gekweekt. Hij is verspreid in Bulgarije (Rhodope, Rila, Pirin), Montenegro, Zuid-Joegoslavie en Albanie, waar hij met sparren, zilversparren en andere dennensoorten op 800 tot 2300 meter hoogte groeit. De naalden van de Balkan den, die wel 10 cm lang kunnen worden, staan in bundels van vijf. Scherpgepunt, groen-grijs. De takken zijn groen en kaal. De kegels zitten aan het eind van de takken, alleenstaand of in een groepje van 3-4. Ze hebben een kort steeltje, maar kunnen uiteen staan of hangen. Eivormig, cilindrisch, 3 tot 4 cm breed en 15 cm lang. Ze zijn helderbruin en zijn iets breder dan die van de Weymouth den. De kegelschubben, met een overlangse groef, zijn dikker naar de punt toe. De zaden hebben een 1,5 cm lange vleugel. De habitus van de Balkan den lijkt op die van de arve, maar verschilt ervan in vorm, afmeting van de kegels en de kale takken. Hij is verwant aan de treurden (P.griffithii) en de Weymouth den (P.strobus). Deze boom is niet erg hoog (tussen 10 en 25 meter), heeft een slanke top, bijna cilindrisch in de vrije natuur en de takken gaan bijna tot aan de grond. Het is een heel waardevolle houtachtige soort met name voor de tuinarchitectuur.