Home > Bomen en struiken > Betula Humilis
Betula Humilis
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Betula Humilis
De mensen stellen zich een berk gewoonlijk voor als een slanke boom met een witte schors. De dwergberk is daar volkomen mee in tegenstelling. Het is een struik in de vorm van een ketel. De rechtopstaande takken zijn evenals de twijgjes voorzien van lange haren; het loof, dat afvalt, is eivormig en sterk getand. De jonge blaadjes hebben verspreide haren. De mannelijke katjes staan in kransjes die in hun oksels de mannelijke bloemen dragen; ze staan met z'n drieen en hebben ieder 2 bloembladen en 2 tot 3 gescheiden meeldraden. De vrouwelijke bloemen staan ook in een bloeiwijze van 2-3. Hun kelkblaadjes vallen samen met de bloemkransjes in een schubje met drie lobben, dat bij rijping een vliezig doosvruchtje wordt, zo dun als papier. Strikt genomen dient dit als toestel voor de verspreiding van het zaad. De korte, cilindrische vrouwelijke katjes vormen zich in mei en juni. Betula humilis is een van oorsprong Euro-syberische soort, die tot Noord-Azie en het Ataigebergte groeit. Hij groeit vooral op moerassige gronden en heeft een belangrijk aandeel in het bladverliezende struikgewas. In Noord-Amerika vinden we een struik die erop lijkt, B. pumila. Waarschijnlijk de kleinste soort is de B. Nana, die bij de poolstreken groeit, in Noord-Azie, in Europa, op Groenland en Labrador, op Terra Nova en in Alaska. B. nana wordt nauwelijks een halve meter hoog en hij groeit in moerassige bergstreken en noordelijke toendra's. B. Humulis vormt hoge struiken van 2 tot 3 meter. Hij is de moeite waard voor collecties. Alle dwergvormen van het gebergte verdienen een uitgebreide bescherming. |