Home > Bomen en struiken > Douglasspar

Douglasspar


Klik hieronder om te zoeken in onze website


               Douglasspar
Douglasspar
Pseudotsuga menziesii

Het natuurlijke verspreidingsgebied van de Douglasspar strekt zicht uit van de kusten van de Pacific tot het bergmassief van de Cascaden en de Rocky Mountains, of anders gezegd: op 50 graden noorderbreedte van de rivier de Skeena tot Sacramento in Californie. Deze spar, ook wel de "woudkoning van de Pacifische kust" genoemd in de V.S., is ingevoerd in de Europese bossen en een belangrijke houtachtige soort geworden. Hij werd in 1792 ontdekt door de expeditie van kapitein Vancouver. De eerste zaden werden in 1827 in Europa ingevoerd. In 1867 stelde men een afzonderlijke orde in: de Pseudotsuga Carr. Deze soort heet Douglasspar, Pseudotsuga douglasii, als eerbewijs aan de Schotse botanicuss P.Douglas. Tegenwoordig gebruikt men de naam Pseudotsuga menziesii, naar A.Menzies, lid van de expeditie van kapitein Vancouver, die hem heeft ontdekt. De Pseudotsuga is op het ogenblik vertegenwoordigd door drie soorten in West-Amerika en vijf in Oost-Azie. Het betreft een heel oud geslacht, Verwant aan de lariks en de den, Dat opkwam in het tertiair. De Douglasspar is in economisch opzicht de belangrijkste Amerikaanse conifeer. De grijsgroene schors, eerst harsachtig, wordt mettertijd sterk gegroefd. De platte naalden zijn zacht, 15 tot 35 mm lang, schijnbaar in twee rijen, langs de twijg. Ze versmallen naar de top; diepgroen, zelden blauwgroen. De kleur van de naalden is het voornaamste verschil tussen twee varieteiten. De Douglasspar van de kust is heldergroen, die van de bergen blauwgroen. In de bergen kan hij tot 3000 m hoogte voorkomen. Hij kan wel 1000 jaar worden. Het is een krachtige boom en een snelle groeier, die wel 60 m hoog kan worden.