Home > Bomen en struiken > Gewone Beuk
Gewone Beuk
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Gewone Beuk Fagus sylvatica
De gewone beuk is een bladverliezende, houtachtige soort, die enkelvoudige, verspreide bladeren heeft. De schors van deze boom is tamelijk karakteristiek: de grote, gladde, zilvergrijze stam is zelden gescheurd. Een tiental soorten is van nature veel voorkomend in de gematigde zone van het noordelijk halfrond. Men telt ook een twintigtal fossielen, die voor het merendeel uit het Tertiair stammen. De beuk is een algemene boomsoort in de loofbossen die op geringe hoogte in Midden-Europa liggen. We kunnen tegenwoordig nog in veel landen resten van grote "maagdelijke wouden" vinden, die bijna nog intact zijn en waarvan de beuk een belangrijk bestanddeel vormt. De meest waardevolle bevinden zich in de Karpaten. In Europa groeit de beuk tot 60 graden noorderbreedte. In de zuidelijke landen groeit hij op wat grotere hoogte. In Oost-Europa wordt hij vaak vervangen door verwante soorten, zoals de Oosterse beuk. De beuk is eenhuizig. De mannelijke katjes hebben een bloembekleedsel van 5 tot 6 bladeren en 8 tot 12 meeldraden in hangende bundeltjes. De vrouwelijke driedelige bloempjes groeien gepaard aan de top van de scheuten van hetzelfde jaar in een vierlobbig omhulsel, dat opengaat bij het rijpworden. Ze bevatten een driehoekige doosvrucht. Het blad van de beuk is glanzend groen, Voorzien van 5 tot 9 paar nerven. Ze zijn gaafrandig of getand. De jonge blaadjes zijn zijdeachtig behaard. Later zitten de haren alleen langs de kant en zijn langer en schaarser. In Noord-Amerika, van Nieuw-Brunswijk en Ontario tot aan Florida en Texas groeit de Amerikaanse beuk (Fagus grandifolia). De donkergroene bladeren, 12 cm lang, zijn getand en bezitten 9 tot 12 paar nerven. Het worden majestueuze bomen, 30 tot 40 meter hoog met een brede kroon. De stammen kunnen een omvang krijgen van 10 meter. Het is een commercieel belangrijke, houtachtige soort. |