Home > Bomen en struiken > Gladde iep
Gladde Iep
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Gladde iep Ulmus minor
De gladde iep was vroeger een heel belangrijk houtachtig gewas. Hij voorzag de meubelindustrie van fineerhout van uitstekende kwaliteit vanwege de fijne structuur. De gladde iep komt veel voor op alluviale gronden waar hij vaak gemengd met eiken, elzen en zwarte populieren in bosbestanden staat. De iepen leven gedurende 1000 jaren samen met ongewenste gasten, kevers uit het geslacht van de Scolytiden, die de iepenzwamziekte (Ceratocystis ulmi) verspreiden. De eerste jaren van de 20e eeuw barstte de eerste golf van de iepziekte uit, veroorzaakt door een schimmel. Men slaagde er slechts gedeeltelijk in hem uit te roeien en de tweede golf, die tussen de jaren `60 en `80 optrad, bracht catastofes teweeg. In 1975 hebben enkele landen moeten toezien, dat 98% van het iepenbestand teniet gegaan is. De iepziekte woedde eerst in de vlakten, Vervolgens bereikte hij later de in de bergen groeiende bomen. De ziekte sloeg niet alleen toe bij de gladde iep, maar ook bij de andere soorten iepen. De prognoses blijven pessimistisch, hoewel men in sommige gevallen beschermende maatregelen heeft getroffen tegen de komst van buitenaf. In Engeland heeft men geprobeerd de bomen te bschermen door injecties met zwamdodende middelen, maar zonder veel succes. De gladde iep is een bladverliezende, houtachtige soort met verspreid blad, asymmetrisch en onbehaard. De twijgjes zijn helemaal kaal. De gevleugelde dopvruchten hebben vliezige vleugels en worden in pei rijp. In Engeland is de U. procera de meest voorkomende. De doosvruchten daarvan zijn excentrisch geplaatst dichtbij de bovenkant. Het oppervlak van de behaarde twijgjes is vaker gerimpeld. Iepen zijn hoge bomen. De gladde iep wordt 30m, de Ulmus procera 40 to 50 meter. Het zijn belangrijke Europese houtachtige gewassen, die op het ogenblik hun einde nabij zijn. |