Home > Bomen en struiken > Japanse Cipres
Japanse Cipres
Klik hieronder om te zoeken in onze website
Japanse Cipres Chamaecyparis pisifera
De naam van deze cipres (pisifera = erwtendrager) zegt het al: de kleine kegeltjes, ongeveer 6 mm lang, doen denken aan erwtjes. In zijn natuurlijke vorm onderscheidt hij zich van de andere soorten, doordat zijn bladeren aan alle zijden van de twijg bijna identiek zijn. Ze staan in een losse pluim en zijn de meest stekelige van allemaal. De tekening aan de onderkant is ook het meest zichtbaar: driehoekige witte vlekjes en niet alleen in X-vorm. Gekneusde taken ruiken naar hars. De schors van de oudere stamen, rood-bruin, glad blijvend, schilfert in hele smalle banden af. De kegeltjes hebben 10 tot 12 kegelschubben, een beetje ingezonken, met een naveltje. De Japanse cipres komt voor in de Japanse Bergen op een hoogte van 400 tot 1700 meter noorderbreedte, tussen de 30 en 40 graden parallel. Het is een waterminnend gewas, dat in de natuur groeit op alluviale gronden in de bergdalen. Het hout is mooi geel-rood, toch is het minder gevraagd dan dat van de Hinoki cipres. Het werd vroeger ook wel gebruikt voor de scheepsbouw, waterbouw en meubelindustrie. De boom wordt ook gebruikt voor de bonsai cultuur. Hij kwam samen met de Hinoki cipres in Europa. Wordt gebruikt als sierboom in tuinen. Alleen in Europa telt men al een 60-tal cultivars, soms heel bizer van vorm, met heel verschillende bladstelsels (zie de cultivargroepen Filifera en Plumosa). De boom is breed, piramidevormig met brede takken en kan in de natuur een hoogte van 25 tot 50 meter bereiken. |