Home > Bomen en struiken > Nordmannspar

Nordmannspar


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                       Nordmannspar 
Nordmannspar
Abies nordmanniana

De zilversparren, die in Europa en de aangrenzende gebieden in Noord-Afrika, het Nabije Ooste en de Kaukasus leven, vormen voor het merendeel afzonderlijke groepen. De Normannspar groeit het meest oostelijk, in de bergen aan de oostkust van de Middellandsche Zee, van Colchis tot de Kaukasus en op enkele plaatsen in Klein-Azie. Deze soort maakt deel uit van uitgestrekte wouden samen met de Oosterse spar en de Oosterse beuk. Hij werd vanaf zij ontdekking in Engeland in de jaren 1810-1848 en in bohemen in Sychrov in 1845, misschien iets later, ingevoerd. Seneta vermeldt hem in Polen al in 1806. Eerst werd hij individueel gekweekt; veel later plantte men jonge loten aan en voerde hem in bospercelen als vervanging van de zilverspar, die op zijn retour was, De knoppen van de Nordmannspar zijn ovaal, bedekt met schubjes, niet harsachtig, naar boven toe strekken ze zich meer naar voren, soms in een duidelijke dubbele rij. De bovenkant van de naalden is glanzend donkergroen, de onderkant gemarkeerd door twee witte banden. De naalden staan dicht bijeen, zijn 30 cm lang en 2,5 cm breed. Hunt top is afge rond ingesneden. Ze zijn zacht. De mannelijke kegels zijn roodachtig, ze bloeien in mei. De sparappels hebben als ze rijp zijn een cilindrische vorm. Ze worden 15 cm lang. De donkerbruine kegels bevatten veel hars. De kegelschubben zijn wigvormig; de vruchtbladeren steken eruit en zijn omlaag gebogen. Ze springen in november open. De Nordmannspar gedijt goed met de andere Europese zilversparren. Het is een boom met een lange slanke stam en een beetje piramidevormige kroon. Hij bereikt een hoogte van 50 tot 60 meter. De diameter van de stam man 150 tot 450 cm zijn. Het is een soort die goed te gebruiken is in streken die bedreigd worden door "zure regen".