Home > Bomen en struiken > Ruwe berk

Ruwe Berk


Klik hieronder om te zoeken in onze website


              Ruwe berk
Ruwe berk
Betula pendula

Het geslacht Betula telt ongeveer 120 levende en 40 fossiele soorten. Al in het Paleoceen komen de berken heel veel voor op het hele noordelijk halfrond, vooral in Azie. Tegenwoordig groeien de berken nog steeds uitsluitend op dit halfrond. De ruwe berk is misschien de boom die zich het best aanpast en ecologisch gezien overal voor geschikt is. Hij groeit in heel Europa; in Siberie tot het Altaigebergte. Hij groeit zelfs onder bijna onmogelijke omstandigheden. Het is een houtachtig gewas dat al sinds heel lang aangeplant wordt en hhel sierlijk is. De berk maakt deel uit van tal van natuurlijke bestanden en vormt tamelijk uitgestrekte monocultures. Hij heeft behaarde knoppen, heel wisselend blad met lange stelen; de jonge blaadjes zijn evenals de takjes behaard. De mannelijke katjes zijn 30 tot 60 mm lang, de vrouwelijke slechts 20 mm. Deze blijven tot de winter aan de boom en vallen dan uiteen. De vruchten zijn doosvruchten met een doorschijnend vleugeltje. Het hout van de berk is taai en hard. Het meest gevraagd is fineerhout, dat gemaakt is uit de onderste gedeelten van de stam van berken die op bepaalde plaatsen, zoals rotsen en bosranden, hebben gestaan. Door verkoling van het hout en de schors, Verkrijgt men berkenteer voor het looien van huiden en het waterdicht maken van schoeisel. Het roet van de berk wordt ook gebruikt voor de bereiding van zwarte drukinkt. De berkenteer is ook een belangrijke grondstof voor de farmacie (pix betulae). Het jonge blad heeft een vochtafdrijvend effect. Op moerassige weiden en op 1000-1500 meter hoogte in de bergen vinden we een verwante soort, de zachte berk (B. pubescens) met zacht behaarde blaadjes en takjes. Berken kunnen 20 meter hoog worden. Het is een bijzonder sierlijk houtachtig gewas in het landschap.