Home > Bomen en struiken > Wierook Ceder
Wierook Ceder
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Wierook ceder Libocedrus decurrens
Dit slanke houtachtige gewas lijkt zoveel op een ceder, dat men hem vaak zo noemt. Niet alleen in Frankrijk, maar ook in Duitsland - Fuszeder - en in Engeland - Incense ceder - . Hij heeft in werkelijkheid niets met de ceder te maken, net zo min als de Arve Libocedrus decurrens. Oorspronkelijk komt hij uit het westen van de V.S., de bergmassieven van Californie en Oregon en ten dele ook uit Nevada en het Mexicaanse deel van het Californisch schiereiland. Hij groeit op vochtige bodem, zowel in de dalen als op 2700 meter hoogte, vaak gemengd met de Colorado spar. Het hout wordt gebruikt voor de fabricage van potloden. Het cederachtige aroma van het hout en de geur die ontstaat bij verbranding van de hars hebben hem de naam wierook ceder bezorgt. L.decurrens verschilt van andere soorten uit dit geslacht door de zaden, die twee verschillende vleugels hebben, de ene veel langer dan de andere. De kegels, die op die van de thuja lijken, bevatten maar twee vruchtbladen, de rest is steriel. De ongeveer 2 cm lange kegels zijn hangend en hun schubben hebben aan de top een kleine doorn. De twijgen zijn niet breder dan 2 mm, ze zijn diepgroen en plat. De bladeren, bedekt met schubben, staan dicht opeen en gaan alleen aan de top een beetje uiteen en worden puntiger. Bij kneuzing doet het aroma denken aan dat van de zevenboom (Sabina). De wierook ceder wordt pas sinds de tweede helft van de 19e eeuw (in Engeland sinds 1853) aangeplant. Deze soort heeft grote sierwaarde voor aanplant in tuinen, hij heeft een opmerkelijke habitus, die doet denken aan de majestueuze cipressen, uuit het mediterrane gebied. Hij is bestand tegen temperaturen van -30 graden C. Een slanke boom, die zijn fraaie piramide tot 45 m omhoog steekt. |