Home > Bomen en struiken > Winterjasmijn

Winterjasmijn


Klik hieronder om te zoeken in onze website


              Winterjasmijn
Winterjasmijn
Jasminum nudiflorum

De jasmijn is vooral bekend als bron van aangenaam geurende, natuurlijk vluchtige stoffen, die zowel in de cosmetica-industrie, als voor het parfumeren van theesoorten gebruikt worden. Hiervoor worden vooral bloemen van de jasmijn uit het oosten en zuiden van Azie gebruikt (J.sambac, J.grandiflorum, J.odoratissimun en tenslotte J.officinale uit Iran). Het geslacht Jasminum is tamelijk rijk aan soorten: ongeveer 200 daarvan leven in de tropische en subtropische zones van de Oude Wereld in Australie en in het Middellandse Zeegebied. Een soort leeft zelfs in Peru, in Zuid-Amerika. De jasmijn die van warme streken houdt, is er zelfs in geslaagd door te dringen in de veel noordelijker gelegen Europese en Amerikaanse tuinen. De eerste was waarschijnlijk J.fruticans, tegen 1750 ingevoerd. Het is een altijd groene of halfbladverliezende struik met verspreid blad. Later, misschien aan het begin van de 19e eeuw werd hij gevolgd door andere soorten. We kunnen onder dit aantal niet de witte jasmijn (J. officinale) rekenen, dis afkomstig is uit het Nabije Oosten en een cultuurplant is uit de oudheid. De winterjasmijn is niet alleen door zijn betrekkelijke weerstand tegen koude, maar vooral door zijn bloeitijd (van december tot mei) interessant. Het is een bladverliezende struik met bezemvormige wortelopslag. De takken zijn groen en hoekig, de bladeren drietallig, tegenoverstaand. Afkomstig uit China, wordt hij al sedert 1844 gekweekt. Aangezien hij niet echt goed tegen koude kan, is het aanbevolen tenminste de wortels tijdens de winter te bedekken (aanaarden) en een standplaats te zoeken op goed beschermde plaatsen bij muren op het zuiden of zuidwesten. In elk geval herstelt hij zich zelfs na strenge vorst heel goed. Het is een houtachtige soort met gegroefde takken. Zonder steun kan hij kruipend worden, de wortelscheuten kunnen 3 meter lang worden.