Home > Bomen en struiken > Zwarte Spar
Zwarte Spar
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Zwarte Spar Pecea mariana
Noord-Amerika is niet erg rijk aan sparresoorten, maar drie soorten die er leven zijn wel gekleurd: de rode is de Rode spar (P.rubens), die neigt naar het blauw is de Blauwe spar; het zwart wordt vertegenwoordigd door de Zwarte spar. Ze komen op het hele continent voor en in de oostelijke zones. De benamingen houden verband met de kleur van de schors of van het hout van deze soorten. De Zwarte spar bedekt bijna heel Canada. Hij komt voor tot in Alaska en de streek van de Grote Meren; in het zuiden volgt hij de grens van het Appalachenmassief tot in het noorden van Virginia. Meestal zijn de Zwarte sparren maar klein van stuk; maar op het Prins Edward eiland zijn exemplaren bekend met een hoogte van 60 meter. Het is een houtachtige soort, die zich thuisvoelt in koude streken: hij past zich aan bij vochtige, veenachtige en moerassige bodem. De Zwarte spar zou in Engeland (door Fulham) ingevoerd zijn in 1700. Het is een heel langzame groeier: in de noordelijkste streken ontwikkelt hij zich maar weinig (op 150-jarige leeftijd is hij nog maar 20 meter hoog). De roodbruine schors is geschilferd: de knoppen eivormig, helderrood en niet harsig. De jonge takken, Eerst roodbruin, worden donkerder en zijn bedekt met haar. De naalden, mat blauw-groen zijn vierkant, 6 tot 18 mm lang, aan het uiteinde gepunt met een stompe hoek. De takken, zelfs als ze gekneusd worden, geven bijna geen geur af en bezitten geen houtachtige bladkussentjes. De kegels zijn klein, eivormig en nauwelijks 3,5 cm lang. Eerst donkerpurper, later nemen ze een grijs-bruine kleur aan. De zaden van deze Zwarte spar, ongeveer 3 mm lang, bezitten een vleugel van 6 tot 9 mm. Men gebruikt hem voor fabricage van papierpulp. De boom heeft een piramidevormige top, Wordt 18 tot meter hoog. De takken staan horizontaal uit. Hij is waardevol voor een verzameling, goed bestand tegen lage temperaturen en vochtigheid. |