Home > Bomen en struiken > Zwarte populier

Zwarte Populier


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                   Zwarte populier
Zwarte populier
Populus nigra L.

De zwarte populier maakt met de andere "zwarte" populieren deel uit van de afdeling Aigeiros, die zich kenmerkt door de bladvorm. Ze zijn gaad, glanzend met doorschijnende randen en platte stelen. De zwarte populieren komen heel voor in Midden- en Zuid-Europa en in Noord-Afrika. Ze leven ook in Centraal-Azie en Noord-Amerika. Hun natuurlijke milieu: de prairie en de kustgebieden tussen 30 en 50 graden noorderbreedte. Maar in Noord-Anerika vinden we ze nog meer naar het zuiden. Uit ecologisch oogpunt gezien passen ze zich niet gemakkelijk aan. Maar zich met elkaar vermengen doen ze graag (zelfs spontaan in cultures) door kruising met andere populieren en hun hybriden. De zwarte populier is de enige vertegenwoordiger van de sectie op het Euro-aziatischr vasteland. Hij heeft hartvormige, bijna ruitvormige bladeren met een lange punt. De jonge takken hebben meer ruitvormige en de bloeiende takken meer hartvormige bladern. De jaarringen zijn rond. In zijn jeugd groeit de zwarte populier langzaam, later sneller. Hij wordt normaal ongeveer 100 jaar oud, maar men kapt hem bij 40 of 50 jaar. De knoppen bevatten een geneeskrachtige stof (gemmea populi), die de vochtafdrijving versterkt. Hoewel de P. nigra een buitengewoon rustieke boom is, is hij in de 20e eeuw op zijn retour. In tal van landen is hij vervangen door verschillende hybriden. We noemen als een van de oudste de Lombardische populier, die gekweekt wordt om zijn piramidevormige top. De varieteit italica bestaat alleen als mannelijke kloon en hoort niet thuis in Italie maar in Centraal-Azie. Hij was sinds 1750 bekend; in de V.S. is hij pas sinds 1784 gekweekt. De zwarte populier heeft een brede onregelmatige kroon, 30 tot 40 meter hoog. De Lombardische populier, piramidevormig, kan een hoogte bereiken van 30 tot 35 meter.