Home > Bomen en struiken > Alpenbes
Alpenbes
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Alpenbes Ribes alpinum Het subgenus Berisia in het geslacht Ribes omvat bessenstruiken zonder doornen met tweehuizige bloemen, die in schuin opgerichte trosjes staan. Het zijn vooral de bessestruiken in de Oude Wereld, hoewel het merendeel uit Oost-Azie komt. De Alpenbes is een breed vertakte struik zonder doornen, bruin-zwart van kleur, die bladverliezend is en waarvan het blad verspreid staat, glad of harig aan de onderkant. Ze zijn samengesteld uit 3 tot 5 bloemen, die tamelijk bescheiden zijn. De bladeren van het bloembekleedsel zijn goudgeel. De ronde, rode vruchten hebben weinig smaak. Hij begint in april te bloeien, soms later, vaak na de ontplooiing van het blad, Men kweekt hem al sinds de 16e eeuw (1588). In de tegenwoordige tuincultuur prefereert men de tegenwoordige tuincultuur prefereert men de mannelijke exemplaren, langs vegetatieve weg verkregen, omdat ze veel sierlijker zijn dan de vrouwelijke, vooral tijdens de bloei. Maar hij is voornamelijk van nut als bodembedekker in parken en op licht beschaduwde hellingen, Waar hij , voldoende dicht geplant, een mooi groen tapijt vormt. Er zijn ook cultivars zoals de lage "Pumillum", de "Laciniatum" met blad en de :Aureum" met geel blad. De cultivars worden vermeerderd door kruidachtige stek in de lente in mei en juni, terwijl de andere bessestruiken zich vermeerderen door houtstek in september. Het is een 1 meter hoge struik, zelden hoger, vanaf de grond vertakt. Hij wordt gebruikt als bodembedekker en voor lage heggen. De Alpenbes mag niet verward worden met de R. alpestre van het subgeslacht Grossularia. |