Home > Bomen en struiken > Arve of Alpenden
Arve Of Alpenden
Klik hieronder om te zoeken in onze website
.jpg) Arve of Alpenden Pinus cembra
Dennen zijn coniferen met twee soorten takken: de langloten voor de lengtegroei en de kortloten, die al het eerste jaar stoppen met groeien en aan de top een bepaald aantal blijvende naalden dragen. Het natuurlijke verspreidingsgebied van de Alpenden of Arve is bijzonder uitgestrekt als men in aanmerking neemt, dat de Europese arve en de Arve van van de Siberische wouden dezelfde soort zijn. Soms onderscheidt men de Pinus siberia van zijn Europese varieteit door hem als een afzonderlijk geslacht te beschouwen. Maar de verschillen zijn heel klein, betreffen alleen de lengte en de vorm van de kegels. De Europese arve is een belangrijk houtachtig gewas in het Alpengebied. Hij groeit tussen 1600 en 2250 meter, soms tot 2500 meter hoogte, alleen of gemengd met lariksen. Hij gedijt het best in leemachtige bodem. Hij leeft ook, geisoleerd, in de Karpaten, de Tatras en de Transsylvanische Alpen. De Siberische den is de voornaamste soort in de Siberische taiga; hij groeit in een strook, die loopt van het Europese deel van de Sovjet Unie tot aan de bovenloop van de Aldan, dichtbij de berg vna dezelfde naam en ten zuiden, toe Mongolie. De voornaamste kenmerken waaraan men de Arve kan onderscheiden zijn allereerst zijn donkergroene naalden, dicht en stug, in bundels van vijf en zijn viltige, oranje-bruine twijgen. De kegels (5 bij 8cm) staan op de takken. Ze worden pas het derde jaar rijp. De zaden, die geel vleugels hebben, zijn eetbaar. De benaming cembra slaat op de oude Italiaanse naam voor de Arve. Men kweekt hem in Europa sinds 1652 en in Engeland sedert 1746. De boomheeft een eivormige, conische top. Hij wordt 25 tot 40 meter hoog. |