Home > Bomen en struiken > Balsemzilverspar
Balsemzilverspar
Klik hieronder om te zoeken in onze website
.jpg) Balsemzilverspar Abies balsamea
De balsemzilverspar bedekt tegenwoordig een uitgestrekt gebied van Canada en groeit gedeelterijk ook in de V.S. Zijn natuurlijke verspreidingsgebied is misschien het meest uitgebreid van alle zilversparren. Hij houdt van vochtige grond (veenachtig, maar geen stilstaand water) en groeit tot 1500 meter hoogte. In het bos groeit hij samen met dennen (Picea glauca en P. mariana) thuja's (Thuja occidentalis), suikerahornen (Acer saccharum) en berken (Betula papyrifera). De vochtige omgeving bevordert de verrotting an het hout, zodat hij zelden ouder wordt dan 150 jaar. Hij is al heel vroeg in Europa ingevoerd: in Engeland in 1697 ongeveer. In andere Europese landen kweekt men men sinds de 19e eeuw. Men produceert de Canadabalsem, die 70% hars en 25% vluchtige olie bevat, uit deze soort. Men verkrijgt het door de harskanalen aan te prikken met holle buisjes, die het vocht verzamelen, dat wegvloeit in hengselpotten. De schors van de balsemzilverspar in heldergrijs en heeft harsblazen. Bij jongebomen is hij glad, later gegroefd. De kleine glimmende knoppen zijn roodachtig en gedrenkt in hars. De takken zijn askleurig en donzig. De bovenste naalden staan loodrecht, de onderste borstelvormig gerond aan de top en zijn sterk boogsgewijs ingesneden. Ze zijn 15 tot 25 mm lang, donkergroen van oppervlak, van onderen met twee witte banden. Bij fijnwrijven komt de ster ke geur van de natuurlijke essences vrij. De mannelijke essences vrij. De mannelijke katjes zijn geel of roodachtig. De kegels, 4 tot 7 cm lang, zijn eerst purperpaars tot groenachtig paars, later worden ze bruin. De zaden hebben een lange vleugel met een fijne structuur. De balsemzilverspar heeft een smalle stam en een gepunte, kegelvormige kroon en wordt 15 tot 25 meter hoog. Hij groeit op de uitgestrekte arme gronden in Noord-Amerika. |