Home > Bomen en struiken > Chinese Mammoetboom

Chinese Mammoetboom


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                 Chinese Mammoetboom
Chinese Mammoetboom
Metasequoia glyptostroboides

Dit is een levend fossiel onder de coniferen. Men brengt hem gewoonlijk onder bij de sequoia's (Sequoia) of bij de Taxodiaceae. Pas in 1941 heeft de Japanner S. Miki een apart geslacht ingesteld: Metasequoias: maar er wordt volgehouden, dat dit geslacht slechts sinds tijd verdwenen soorten bevat. In elk geval heeft T.Kahn hetzelfde jaar in de Chinese provincie Sseutch'ouan levende bomen ontdekt die alle kenmerken van de fosiele Metasequoia vertoonden. In 1948 heeft de expeditie van E.D. Merrill en Chaney in deze streek (in de vallei van Shui Sa in een perceel van een duizendtal exemplaren) zaden verzameld, die zij naar de botanische tuinen in de hele wereld hebben gezonden. De exemplaren, die uit zaad gewonnen zijn, waren in Pruhonice (Tsjechoslowakije) in 1984 al 12 m hoog en de diameter van hun stam was 35 cm. Het is een bladverliezende boom, waarvan de schors in hele dunne schilfertjes uiteen valt. Er zijn twee soorten scheuten, de langloten met een ongelimiteerde groei, aan het eind van de takken en aan de top van de stam, en de mesoblasten, die een beperkte groei hebben en in de oksels van de langloten zitten, terwijl ze in tegenovergestelde richting groeien. Deze laatste kunnen 8 cm lang worden. De naalden zijn klein,  recht of met een bocht zoals een snoeimes, 10 tot 35 mm lang. De bovenkant is blauwachtig, de onderkant groen tot asgrauw. Ze staan tegenover eklaar. De kegels, die 18 tot 25 mm lang zijn, bestaan uit ongeveer 25 schubben die kruisgewijs tegenoverstaand zijn. Achter iedere schub zitten 5-8 zaden met een dubbele vleugel. De Metasequoia houdt van vochtige bodems, vandaar zijn bijnaam "waterzilverspar". Deze boom, die 35 tot 50 meter hoog kan worden, heeft een piramidevormige, bijna afgeronde top. Hij is een botanische curiositeit en wordt bij uitstek gebruikt om in parken aan te planten.