Home > Bomen en struiken > Dwergamandel
DwergamandelKlik hieronder om te zoeken in onze website
 Dwergamandel Prunus tenella De dwergamandel is een van de houtachtige soorten die erg in trek zijn bij de kwekers. Vooral in de lente, maart-april, als hij bloeit. Dan is hij overdekt met bloemen. Oorspronkelijk komt hij veel voor op open terreinen in de steppen, van de oever van de Donau, Midden- en Zuid-Rusland, vanwaar hij doordrong tot Siberie en voorbij het Kaukasgebregte. Hoewel de dwergamandel van nature warmte-minnend is, groeit hij ook heel goed in koudere streken. Hij vermeerdert zich op vegatieve wijze door het vormen van meerdere stammen, onstaan uit zaden die gemakkelijk kiemen. Zijn wortelscheuten zijn in staat om door tamelijk dikke muren heen te dringen of zich te verbreiden over een rotsachtige helling. Het blad valt af, staat verspreid en is enkelvoudig, de bloemen zijn regelmatig. Hij verschilt van de bloemen zijn regelmatig. Hij verschilt van de andere prunussoorten met vlezige vruchten vooral doordat de vruchten opdrogen, sterk behaard zijn en uiteenspatten als ze rijp zijn . 40 soorten leven in de zuidelijke streken totaan Midden-China: we noemen de gewone amandel (Prunus communis) die de mens al sinds de verre Oudheid als cultuurgewas begeleidt. Hij is waarschijnlijk afkomstig uit. Het oosten van de Middellandse Zee (Syrie) en Centraal-Azie, maar in gunstige omstandigheden groeit hij bijna overal. In de loop van duizenden jaren hebben er zich twee lijnen gevormd: de varieteit met zoete vruchten, amandelen (var. dulcis) en de varieteit met bittere amandelen (var. amara). De bittere amandelen bevatten 5,3% van een giftig glucoside (amygdaline) 20% eiwitten en 45% olie. De zoete amandelen, die geen amygdaline bevatten worden gebruikt in het voedsel. De dwergamandel is een struik met wortelopslag, nauwelijks I meter hoog, geschikt voor droge plaatsen: de gewone amandelboom kan wel * meter hoog worden.
|