Home > Bomen en struiken > Enkianthus campanulatus

Enkianthus Campanulatus


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                   Enkianthus campanulatus
Enkianthus campanulatus

Een enkele blik op de bloeiende E. campamulatus leert ons, dat we te doen hebben met een houtachtige soort, die nauw verbonden is met de cultuur van het Verre Oosten. Hij is fijn, teer als een ademtocht. Hij is in 1880 in Engeland geimporteerd uit zijn vaderland Japan. De naam van het geslacht is gevormd uit twee Griekse woorden: egkyein - rijk, vruchtbaar - en anthos - bloem. Het is inderdaar waar, dat sommige Enkianthusplanten heel overvloedig bloeien of dat het geheel van hun bloempjes doet denken aan biologische bloemen. Een dozijn soorten leeft, buiten Japan, in Noordoost-Azie en in de Himalaya. ze werden bijna allemaal pas eind 19e, begin 20e eeuw in Europa ingevoerd, maar de Enkianthus campanulatus werd in de Japanse tuinen al sinds lang gekweekt. Over het algemeen zijn deze planten middelgrote struiken, bladverliezend en hun kleine takken vormen een soort kransjes, Hun verspreide bladeren staan in groepjes aan het eind van de takken, ze zijn gesteeld en getand. Hun bladschijf is ellipsvormig, bijna ruitvormig, 3 tot 7 cm lang, behaard aan de bovenkant, evenals op de nerven aan de onderzijde. De bloemen hebben kroonties in de vorm van vijfpuntige klokjes. De bloemkroon kan twaalf  mm lang worden en is oranje-geel met rode nerfjes. De bloemen vormen tosjes, in tuiltjes hangend aan een ongeveer 2 cm lang steeltje. ze bloeien in mei, na het verschijnen van het blad. De vruchtjes zijn doosjes met 5 afdelingen. Ze kunnen heel goed uit zaad vermeerderd worden ('s winters onder glas, op veengrond vermengd met zand), maar ook uit zomerstek in augustus of door afsnijden van eenjarige scheuten. Hij groeit goed in vochtige, voedzame, zure grond. Enkianthus campanulatus is een rechtopgaande struik of een boompje (vooral in de vrije natuur); gekweekt wordt hij niet hoger dan 2 tot 5 meter. Hij is heel geschikt voor moerascultuur en als onderbeplanting van coniferen.