Home > Bomen en struiken > Europese Lariks
Europese LariksKlik hieronder om te zoeken in onze website
.jpg) Europese Lariks Larix decidua
De lariksen vormen temidden van de Pinaceae een aparte groep. Het is een zeer oude, zich ontwikkelende onderafdeling, uit drie soorten bestaand: lariks, ceder en valse lariks (Pseudolarix). Deze houtachtige soorten hebben zowel langloten als kortloten. Alle twee hebben ze naalden, maar aan de kortloten vormen ze karakteristieke toefjes. Lariksen zijn bladverliezende coniferen, de naalden zijn zacht, lichtgroen en hebben twee balsemkanalen aan de zijkant. Ze worden in de herfst geel en vallen af. De mannelijke katjes groeien geschiden aan het uiteinde van sterke zijtakken. De vrouwelijke katjes zitten aan het einde van de kortloten op een kransje van naalden. de vruchtbladen met twee eicellen groeien in de oksel van de dekschubben, die gewoonlijk rood gekleurd zijn. De kegels met een heel kort steeltje zijn wisselend van vorm al naar gelang de geografische regio. Ze rijpen in de herfst of de lente van het volgende jaar en ze blijven nog heel lang aan de boom, zelfs nadat ze opengebarsten zijn en hun zaden hebben laten vallen. De driehoekige zaden hebben een lange vliezige. De Europese lariks groeit op 1000 tot 2500 meter hoogte, in de Alpen en de Karpaten, maar elders verscheen hij ook in de vlakten. Het variabele karakter van de lariks en zijn verschillende ecologische eisen hebben houtversters en botanici ertoe gebracht hem onder te verdelen in verschillende varieteiten. De Europese lariks is waardevol, niet alleen vanwege zijn hout met de karakteristieke rode tekening, maar ook als sierboom. Men kweekt hem al eeuwen buiten zijn streek van herkomst. In Engeland is hij in 1629 ingevoerd. Als hij ouder wordt, ataan de takken onregelmatig kransgewijs. Hij heeft een brede top en meet bijna 35 meter. Uit economisch opzicht is hij ook een belangrijke houtachtige soort.
|