Home > Bomen en struiken > Fothergilla gardenii
Fothergilla Gardenii
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Fothergilla gardenii
De houtachtige soorten van het geslacht Fothergilla zijn bladverliezende struiken. De verspreide bladeren doen een beetje denken aan het blad van de els. Carl Linnaeus gaf hem deze naam als eerbewijs aan John Fothergilles, Een Engelse arts uit de 18e eeuw, die in Europa talrijke exotische planten heeft ingevoerd. Zelfs in Europa zijn fossiele afdrukken van dit geslacht bekend van formaties uit het Krijt. Het natuutlijke verspreidingsgebied van de vier tegenwoordige soorten Beperkt zich alleen tot het zuidoosten van Noord-Amerika, Virginia, Carolina en Georgia. Hoewel de bloemen van de Fothergilla`s geen kroon hebben, zijn ze toch heel sierlijk. Een zeer groot aantal meeldraden bezit fijne witte draadjes, die getooid zijn met gele helmknoppen aan het eind. De bloemen vormen zeer dichte, aan het eind van de takjes staande bloeiwijzen, die doen denken aan wilgekatjes. De vruchten zijn bescheiden, in de vorm van viltige doosvruchtjes. De F. gardinii wordt sinds 1765 in de tuinen gekweekt. F. major is een zeer nauwe verwant, hoewel hij alleen als varieteit beschouwd wordt. De verschillen tussen deze beide struiken zijn gering, Zowel in grootte van het blad als in de groei. Ze groeien goed op sommige plaatsen op vochtige zure gronden. Hij kan vermeerderd worden door stek, genomen in juni. F. gardinii is een compacte, Soms kronkelige struik. Hij wordt ongeveer 1 meter hoog, terwijl de soort F. major 3 meter kan worden. Het zijn struiken voor een collectie. |