Home > Bomen en struiken > Gele Den

Gele Den


Klik hieronder om te zoeken in onze website


               Gele Den
Gele Den
Pinus ponderosa

Deze soort is zeer verbreid in het westen van Noord-Amerika, van Brits-Columbia tot Mexico en in het oosten tot een lijn lopend van Zuid-Dakota tot Texas. Voor de eerste keer werd hij in 1826 Europa gekweekt in Engeland. Het is een majestueuze boom, die goed wortel geschoten heeft in het land van herkomest, waar hij homogene bosbestanden vormt zoals op de westelijke hellingen van de Sierra Nevada. Samen met de Colorado zilverspar overheerst hij op een hoogte van 1300 tot 2000 meter het plantengezelschap van het woud. Hij heeft een lange, slanke stam en kan 200-300 jaar oud worden. De economisch belangerijke soort heeft een betrekkelijk harde houtsoort, vrij dicht en harsachtig. De schors van de P.ponderosa is kaneelbruin. Hij is heel dik (ongeveer 19 cm) en scheurt in de lengte en de breedte uiteen. De naalden groeien het meest per drie, blijven ongeveer drie jaar aan de boom en zijn donkergroen, 12-25 cm lang, gebogen, met getande. Als ze rijp zijn, zijn de kegels 15 cm lang, geelachtig bruin. Het schild van de kegelschubben bezit een flink gekromde doorn. De 1 cm lange zaden hebben een vleugel van 2-3 cm. In de streek tussen californie en Oregon groeit tussen 2000 en 300 meter hoogte een verwante soort, de P.jeffreyi, die erg op de gele den lijkt. Maar zijn takken hebben een dun waslaagje en als men ze kneust, ruiken ze naar citroen, terwijl de takken van de P.ponderosa naar terpentijn ruiken. De chemische structuur van de hars is een van de voornaamste criteria bij de differentiatie dankzij de chemische taxonomie. Het zijn grote bomen, 50 tot 70 meter met een heel hoge top. Economisch met groot belang in West-Amerika. Graag toegepast in grote parken.