Home > Bomen en struiken > Japanse Ceder

Japanse Ceder


Klik hieronder om te zoeken in onze website


              Japanse Ceder
Japanse ceder
Cryptomeria japonica

Deze soort hoort thuis in Japan en China. In Japan strekt zijn verspreidingsgebied zich uit tot het eiland Kyushu en het noorden ban het eiland Honshu, waar hij homogene bestanden vormt op geringe hoogte, 200 tot 400 meter, of gemengde bossen bij voorbeeld met cipressen. In China is hij heel verbreid in de Provincies Fuijan en Zhejiang. Deze houtachtige soort wordt naast sparren gerekend tot de meest gekweekte in Chinese en Japanse tuinen. Ook werd hij veel gekweekt bij oude paleizen en tempels. De Japanse ceder wordt al eeuwen gekweekt, wat zeker zijn tegenwoordige plaats in de natuur heeft beinvloed. De Japanse ceders van Japan en China worden vaak verdeeld in twee varieteiten. De Japanse varieteit, japonica, wordt sedert 1842 in de botanische Kew Gardens gekweekt, terwijl de Chinese varieteit, sinensis, werd in gevoerd door de Royal Hoticulrural Society in 1844. Het is een altijd groene soort, met kransgewijs geplaatste takken en een dikke zachte schors, die in repen afschilfert. De naalden groeien als een flesserager, terwijl ze schijnbaar 5 verticale rijen vormen. Ze zijn licht gebogen. De langwerpige manelijke katjes vormen korte haartjes aan het eind van de takjes. De vrouwelijke katjes groeien ook aan het uiteinde van de takken, maar ieder apart. De kegels zijn bolvormig, rijpen vanaf het eerste jaar en blijven aan de boom, nadat ze de zaden hebben een 30-tal kegelschubben met uitsteeksels, puntig aan de rand. Hoewel hij niet zoveel weerstandsvermogen heeft, kan men op beschermde plaatsen kweken in Europa, waar hij zelfs levensvatbare zaden voortbrengt. Het zijn tamelijk majestueze bomen, met een hoogte van 30 tot 50 meter, een sterke stam en een piramidevormige, dichte top. Geschikt voor een pinetum.