Home > Bomen en struiken > Japanse Parasolboom
Japanse Parasolboom
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Japanse Parasolboom Sciadopitys verticillata
De Japanse parasolboom is een heel interessante conifeer. Oorspronkelijk bezette hij de wouden van de bergmassieven op de eilanden Honshu en Shikok in Japan. De eerste plek waar hij werd gekweekt buiten het land van herkomst, is het eiland Java. Het eerste exemplaar werd in 1853 in Engeland ingevoerd, maar dit ging snel dood. Er is een tekst gevonden waarin hij vermeld werd in Bohemen in 1859. In de zestiger jaren werden de zaden vaak ingevoerd in Europa. Maar het kweken blijft problematisch, want hij is slecht bestand tegen strenge winters. De Japanse parasolboom verschilt in vele opzichten van de andere coniferen. Zijn "bladeren" worden verschillend gedetermineerd: men beschouwt ze of als twee samengegroeide naalden, omdat ze bijdoorbreken twee vaatbundels en vier harskanalen blijken te bezitten. Of men ziet erkleine groeiloten met een beperkte groei in, die later bladeren zullen worden. We zien soms, dat het "blad" zich aan het uiteinde vertakt om een nieuw bladkransje te vormen. De gladde bovenkant is morfologisch gezien de onderkant van de afzonderlijke naalden. De Japanse parasolboom is een zaadlobbig. De mannelijke katjes staan dicht opeen en lijken op appeltjes; de vrouwelijke katjes staan apart. De kegels, rechtop en gestrekt, zijn eivormig, stomp, grijsbruin, 7 tot 10 cm lang. Ze worden in de loop van het tweede jaar. Ze worden in de loop van het tweede jaar rijp en blijven aan de boom. De ongeveer 1 cm lamge zaden zijn omvat door een vliezige vleugel. Deze altijd groene boom heeft een krachtige stam, kan 40 meter hoog worden. Hij is een curiositeit, van grote waarde voor verzamelingen. |