Home > Bomen en struiken > Jeneverbes

Jeneverbes


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                         Jeneverbes 
Jeneverbes
Juniperus communis

De jeneverbessen zijn houtachtige soorten met stekelige bladeren, die van andere coniferen verschillen door hun schijnvruchten: de schubben van de vrouwelijke bloeiwijzen zijn vlezig, sappig en doen denken aan bolletjes of bessen, vandaar de naam jeneverbes. De wanden worden gevormd door de samengegroeide schubben, die de zaden bedekken. Er zijn een 60-tal soorten, die op het noordelijk halfrond leven of zelfs de poolcircel overschrijden; ook Centraal-Amerika en Niassaland in Afrika komen ze voor. De jeneverbes behoort bij de afdelingOxycedrus. Alle leden daarvan hebben priemvormige bladeren, in kransen van drie. Allemaal hebben ze een bovenkant die gemarkeedr is door de witte strepen van de luchtbuisjes. Bij de jeneverbes zijn de witte strepen breder dan de groene zijkkanten van de naald. De takken van dit plantegeslacht zijn voor het grootste gedeelte omhoog gericht en de naalden zijn prikkerig. De jeneverbes is tweehuizig. De schijnvruchten, wasachtig groen, zijn 5 tot 9 mm lang en worden vanaf het tweede of derde rijp. Ze zijn dan blauw-grijs en omsluiten drie stomphoekige zaden. Ze bevatten natuurlijke essences, hars, zuren, suikers en organische stoffen. De natuurlijke essence en het hout hebben een vochtafdrijvende werking. De jeneverbes leeft op het hele noordelijk halfrond, naar het zuiden tot Noord-Afrika, naar het zuidoosten tot de Westelijke Himalaya. Hij vormt vele geografische rassen, die soms beschouwd worden als aparte soorten. Het eerste spoor dat wijst op het kweken ervan, dateert uit 1560. Het is een slanke boom met meerdere stammen, die ongeveer 12 meter hoog kan worden, maar vaker in struikvorm voorkomt. Het is een houtachtig gewas, dat erg belangrijk is als pionier en tamelijk gemakkelijk uit ecoligisch oogpunt. Hij heeft structuurverbeterende eigenschappen.