Home > Bomen en struiken > Kruisbes
Kruisbes
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Kruisbes Ribes uva-crispa Het geslacht Ribes is goed voorzien met meer dan 150 houtachtige soorten, zowel bladverliezende als badbehoudende. De Vertegenwoordigers ervan leven vooral in de gematigde zone van het noordelijk halfrond. In de Andes komt hij op het Zuid-amerikaanse land ook voor op het zuidelijk halfrond. In een zo goed vertegenwoordigd geslacht zijn er natuurlijk veel verschillende vormen. Dus heeft men ze verdeeld in verschillende subgeslachten. Een van de meest oorspronkelijke is in elk geval het subgeslacht Grossularia, waarvan de kruisbes deel uitmaakt. De kruisbes is een breed vertakte lage struik, die bosjes vormt. De 3, 4 of 5 lobbige bladeren vormen zich op de brachyblasten in de oksels van de stekels, die verschillende segmenten hebben, 2 to 5. De alleenstaande bloemen ontwikkelen zich in de oksels van de brede schutbladeen. Hij bloeit in april. De vruchten zijn de welbekende harige van de kruisbes bevindt zich in de Kaukasus en het noorden van de Oekraine, maar hij is in wilde vorm ook goed ingeburgerd in bijn heel Europa, zelfs hoger in de bergen in het Middellandse Zeegebied. De cultivars zijn heel oud, men vindt er in Frankrijk al sporen van in de 12e eeuw, waar men in een psalmbundel spreekt van van bessenstruik. In Midden-Europa is men hem begin 16e eeuw beginnen te kweken. De eerste tekeningen ervan staan in het Herbarium van L. Fuchs, dat dateert uit 1545. Toch hebben de Engelsen het meest bijgedragen aan zijn verspreiding. Het kweken van de kruisbes in zijn struikachtige vorm op een voet heeft het licht gezien in Bohemen, van waar hij als bijzonderheid naar Duitsland is gekomen en vandaar verspreid is in heel Eropa. Nu zijn er minstens 2000 cultivars. De bessen bevatten ongeveer 12% suikers en citroenzuur. De kruisbessen zijn tamelijk lage struiken, 0,5 tot 1,5 meter hoog, zich direct boven de grond vertakkend. Het is een hele oude, vruchtdragende houtachtige soort. |