Home > Bomen en struiken > Sneeuwbes
Sneeuwbes
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Sneeuwbes Symphoricarpus albus Oorspronkelijk leefde de sneeuwbes slechts in het zuiden van Noord-Amerika, tussen Nova-Scotia, Alberta, Virginia en Minnesota. Zijn komst in Europa dateert van omstreeks 1879. In de Europese kwekerijen werd hij voorf gegaan (sinds 1806 en in Engeland sins 1817) door de variant die op de westkust van Noord-Amerika van Alaska tot Californie groeide: de sneeuwbes met trosjes (symphoricarpus albus var. laevigathus). De introductie van de sneeuwbes werd niet alleen begroet door de vogels van Europa (de witte, bolvormige vruchten zijn een belangrijk bestanddeel van het herfstmenu geworden) maar vooral door de bijenhouders. De sneeuwbessen bloeien heel lang, van juni tot september. Dekleine roodachtige bloempjes vormen eindstandege trosjes. In tegenstelling tot de nauw verwante kamperfoelie zijn ze regelmatig en hebben ronde regelmatige steenvruchtjes met twee zaadjes. Het tegenoverstaande blad is gewoonlijk eivormig, met gave randen of aan het voorste gedeelte van de kleine takken eigenaardig gelobd. De sneeuwbessen zijn buitengewoon krachtige struiken, overvloedig in het vormen van uitlopers, die een uitgestrekt en dicht jong plantenbestaan vormen. Ze verwilderen heel gemakkelijk en kunnen dan moeilijk uitgeroeid worden. Ze worden heel gemakkelijk door scheuren of stek vermeerderd. Het geslacht sneeuwbes (Symphoricarpus) bezit evenals de andere houtachtige soorten van de familie der Caprifolaceae, soorten, die zowel in Noord-Amerika als in Azie leven. In ieder geval herbergt Azie maar een soort, S, sinensis, die pas aan het begin van de 20e eeuw (in 1907, komend uit China) werd ingevoerd in Europa. |