Home > Bomen en struiken > Spaanse Zilverspar
Spaanse Zilverspar
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Spaanse Zilverspar Abies pinsapo Het natuurlijke verspreidingsgebied van de Spaanse zilverspar is zeer beperkt. Het is een houtachtig gewas, dat zich teruggetrokken heeft op de zuidpunt van het Iberisch schiereiland. Het vormt ten westen van Malaga, op 1100 tot 2000 meter hoogte, kleine bossen. Some zijn ze gemengd met eiken en dennen. Desondanks is het een soort die goed stand houdt, heel goed tegen koude kan en daarom een plaats heeft verworven in meer noordelijk gelegen parken. De eerste zaden zijn in Frankrijk door Boissier ingvoerd, die hem in 1837 ontdekte. Twee jaar later werd hij gekweekt in Zweden en in 1845 in Sychrov in Bohemen. Tegenwoordig groeit hij ook in Zuid-Noorwegen en Zuid-Zweden. Maar hij gedijt alleen op plaatsen waar de bodem en de lucht voldoende vochtig zijn. De grond moet luchtig zijn. De Spaanse zilverspar is gemakkelijk te herkennen aan de karakteristieke plaatsing van de naalden, naar alle kanten afstaand van de twijg, daarmee een hoek van bijna 90 graden vormend. Deze naalden zijn stijf en stekelig, stompe uiteinden zijn een uitzondering. Over het algemeen grijs-groen-as-kleurig met duidelijk zichtbare banden, die iets lichter zijn, De bovenkant van de naald is lichtgewelfd. De harskanalen liggen wat dieper in het parenchym, maar bij jonge bomen en op lage takken zijn de kanalen verbonden met het buitenste weefsel. De bruin-purperen kegels zijn 3-5 cm breed en kunnen 15 cm lang worden. De kegelschubben zijn driehoekig en van boven afgerond; de dekschubben, die veel kleiner zijn, zijn niet zichtbaar. De zaden, ongeveer 7 cm lang, hebben een dun vleugeltje. De boom kan 25 meter hoog worden. De zeer brede en dichte kroon heeft een regelmatig takkenstelsel, piramidevormig. Hij wordt bij uitzontering gekweekt, hoewel hij een breder verspreidingsgebied verdient. |