Home > Bomen en struiken > Sporkehout

Sporkehout


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                   Sporkehout
Sporkehout
Frangula alnus

Veel botanici brengen het sporkehout in verband met de andere Rhamnaceae, in hetzelfde geslacht Rhammus. Toch verschilt hij er op verscheidene punten van: knoppen zijn naakt en de regelmatige, tweeslachtige bloemen bloeien aan het eind van mei en in juni. De vruchten zijn zwarte steenvruchten met drie kernen, die een enkel zaadje bevatten. Het merendeel van het sporkehout is van Amerikaanse afkomst. Maar het sporkehout, soms ook verfwegedoorn genoemd, is zeer verbreid in Europa, West-Azie en Noord-Afrika. Het is een houtachtige soort van het kreupelhout, die even goed groeit in loofbossen gemengd met coniferen als aan de zoom van het bos en in kreupelhout langs het water. Hij groeit zowel op de vlkte als in de bergen. Soms neemt hij spontaan bezit van open plekken en wordt zo een moeilijk uit te roeien houtachtig, Parasitair gewas in bossen. De bladeren zijn verspreid, gaafrandig en bezitten 6 tot 8 paar zijnerven. Het sporkehout is een oud geneeskrachtig houtachtig gewas en tot nu toe nog in gebruik bij moderne geneeskunde. Daartoe wordt de schors van jonge takken verzameld en gedroogd. Deze bevat ongeveer 7% antraceenderivaten, flavonen, looizuur, was en mineralen. Er worden sporen van minstens 7 stikstofverbindingen in aangtroffen. Deze stof is een krachtig werkend laxeermiddel, maar het nag niet gebruikt worden. Alvorens het te gebruiken moet het minstens een jaar opgeslagen worden of gedurende een uur op 100 graden C. verwarmd worden, anders veroorzaakt het misselijkheid en braken. Minder vaak worden de vruchten gebruikt, die twaalf keer krachtiger zijn. In Noord-Amerika bereikt men dezelfde resultaten met het gebruik van een andere soort sporkehout, Frangula purshiana. Het sporkehout is een onregelmatig vertakte struik, 3 tot 7 meter hoog, heel belangrijk voor de stoffering van het landschap en voor de farmaceutische industrie.