Home > Bomen en struiken > Tranenden of himalaya Den

Tranenden Of Himalaya Den


Klik hieronder om te zoeken in onze website


               Tranenden of himalaya Den
Tranenden of himalaya Den
Pinus griffithii

Op zeer grote hoogte op het Himalayagebergte, tussen 2000 en 4000 meter, van Afghanistan tot Nepal, groeit de tranenden. Hij is, na de Himalaya ceder (Cedres deodara), de hoogste boom van de Himalaya. Hij vormt bosbestanden samen met deze ceder en de coniferen Abies pindrow en Picea smithiona, soms ook nog met de Himalaya berk (Betula utilis). Deze boom werd in 1823 in de tuinen van Europa ingevoerd. Het hout is zeer geliefd, niet alleen bij meubelmakers, maar ook in de bouw. De hars is eveneens bijzonder, men maakt er terpentijn van. Zijn uiterlijk heeft hem voorbestemd voor een zeer veelvuldig gebruik bij tuinarrangementen. In elk geval is hij nog niet vaak gekweekt behalve als sierboom in parken. De schors van de tranenden is in zijn jeugd glad en glanzend, pas later geschubd met plaatjes. De jonge bomen groeien snel, hun takkenstelsel is regelmatig kransgewijs. De knoppen zijn eivormig, langgerekt, harsig en licht. De blauwgroene takken zijn kaal, bedekt met een dunne waslaag. De naalden, in bundels van vijf, staan eerst op de takken, hangen later. Ze zijn blauw-groen, kinnen 18 cm lang worden en blijven 3-4 jaar aan de boom. De mannelijke katjes zijn roze. De kegels groeien alleen of in een groepje van een stuk of vijf. Ze zijn cilindrisch, gekromd, ongeveer 3 cm breed en 27 cm lang, zitten aan een lange steel. Ze zijn gewoonlijk erg harsig en kleverig. Ze zijn na 2 jaar rijp; tijdens het tweede jaar doet een groep kegels denken aan een tros groene bananen. De kegelschubben eindigen in een diepbruin schildje. De bruine zaden hebben getande randjes een een vleugel, die franje-achtig ingesneden is. Het is een hoge (tot 50 meter) boom, met een brede piramidevormige top. Men beschouwt hem als de houtachtige soort van de toekomst voor de aanleg en samenstelling van tuinen.