Home > Bomen en struiken > Wegedoorn

Wegedoorn


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                   Wegedoorn
Wegedoorn
Rhamnus catharticus

De echte wegedoorns van het geslacht Rhamnus (dat ongeveer 150 soorten telt, voor het merendeel afkomstig uit Oost-Azie) hebben door schubben beschermde knoppen en hun bloemen zijn gedeeltelijk tweehuizig, eenslachtig, met vierdelige stempel. Hij bloeit gewoonlijk in juni. De vruchten zijn zwarte steenvruchten met vier zaden. Het afvallende blad heeft 3 tot 4 zijnerven, min of mer tegenoverstaand, fijn gezaagd rondom de bladschijf. De kleine takken eindigen soms in een spitse doorn. Het vaderland van de wegedooen is Europa en de omliggende landen tot het westen en noorden van Azie. Dankzij zijn medicinale eigenschappen is de wegedoorn een van de meest gekweekte planten sinds onheuglijke tijden: de kolonisten hebben hem zelfs al heel vroeg naar Noord-Amerika gebracht, waar hij goed is ingebugerd. In Europa groeit hij op zonnige, rotsachtige hellingen, in kreupelhout en op vlakten, in lichte bossen, meer ook in struikgewas langs water. De natuurgeneeswijze gebruikte de bloemen en vooral de bloemen en vooral de vruchten van de wegedoorn als een licht laxerend middel. De vruchten werden ook gebruikt als kleurstof voor stofverven. Van het sap van de vruchten verkrijgt men door toevoeging van aluin een donkergroene kleur. Toch, als men op rijpe vruchten kauwt, wordt het speeksel blauw tot donkerbruin, terwijl als men op de steenvruchten van het soorkehout kauwt (nauw verwant aan de wegedoorn), het speeksel groen-bruin wordt. De wegedoorn is niet erg sierlijk, noch door zijn hele uiterlijk, noch door onderdelen. Hij komt bijna niet voor in tuinen, maar is wel geschikt voor landbouwgronden. De wegedoorn is een 3 tot 5 meter hoge struik met een onregelmatige kroon.