Home > Bomen en struiken > Zilverspar
Zilverspar
Klik hieronder om te zoeken in onze website
Zilverspar Abies alba
Het natuurlijke verspreidingsgebiet van de (gewone) zilverspar is het grootst van alle zilversparren. Oorspronkelijk was het een houtachtige soort, die lang kon leven(400-500 jaar) en een flinke hoeveelheid hout produceerde. Exemplaren van 60 meter hoog konden wel 60 kubieke meter hout leveren. Maar tegenwoordig is het bijna onmogelijk een spar van die lengte tegen te komen. De eerste tekenen van teruggang van de zilverspar dateren van begin 19e eeuw, maar dit verergerde snel de laatste 25 jaar. Er zijn veel oorzaken voor deze terugval aan te wijzen; een parasiet, zoals bij de olmen, is niet de enige schuldige, Gelukkig gedijt hij buiten zijn verspreidingsgebied goed in de experimentele aanplantingen in West-Europa en de Baltische kust. De zilverspar heeft een heldergrijze schors, eerst glad, later geschubd, op een imposante stam. De jonge takken zijn bruingrijs, zeegroen. De knoppen zijn zelden harsachtig. De naalden staan borstelachtig op de takken, naar buiten en omhoog gericht. ze zijn stomp en iets ingesneden aan de top, 15 tot 30 mm lang. De bovenste zijn wat korter dan de onderste. De bovenkant is donkergrijs, de onderkant heeft twee witte banden. Ze zitten kamvormig, op een schijfvormige basis. De mannelijke kegel is geel, de sparappels groeien verticaal op de takken met een klein steeltje. Als ze rijp zijn, zijn ze 16 cm lang. De zaden hebben een vleugel, die twee keer zo lang is als zijzelf. Deze soort, die heel belangrijk is voor de Europese bossen, vormt grote bomen van 30 tot 60meter hoogte, met een lange rechte stam. De smalle piramidevormige kroon wordt mettertijd stomper aan de top. |