Home > Bomen en struiken > Zwarte of Oostenrijkse Den
Zwarte Of Oostenrijkse Den
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Zwarte of Oostenrijkse Den Pinus nigra
De zwarte den vormt een grote verzameling onder soorten, die vooral in Zuid-Europa leven. De grenzen zijn in het noorden Oostenrijk en de Zuid-Karpaten, in het oosten Klein-Azie en het schiereiland de Krim, in het westen dringt hij door tot in Spanje en Frankrijk. Hij wordt voornamelijk in Europa gekweekt. Hij is een belangrijke vervangingssoort, vooral in droge streken en in streken, die te lijden hebben van industriele activiteiten. Sinds 1759 wordt hij aangeplant. De zwarte den heeft een karakteristieke grijs-zearte schors. De eivormige knoppen zijn weinig harsachtig. De kale takken hebben een oranje-bruine kleur. De naalden zijn gepaard, 5 tot 19 cm lang; meestal donkergroen, stug en soms gebogen. De anatomische eigenschappen van de naalden zijn zeer verschillend; ze zijn zelfs gebruikt om de ondersoorten te differentieren. De kegels zijn gewoonlijk donkerbruin, glimmend en bijna ongesteeld. De plaatjes van de kegelschubben zijn lichthellend en het schild heeft een korte doorn. Het hout van de zwarte den, harsig en vrij knoestig, is toch erg gewaardeerd en men exploiteert hem in Zuid-Europa. Hij groeit zeer langzaam, hij wordt pas gekapt als hij 150 jaar is. De zwaarste ondersoort van de zwarte den is de P.nigra ssp. nigra, die in Oostenrijk, Midden-Italie, Joegoslavie en Griekenland groeit. In Zuid-Frankrijk en Spanje komt men een andere soort tegen n.l. ssp. salsmannii met naalden die niet prikken. Op Corsica, Sicilie en in Calabrie, vindt men de Laricio den met dikke naalden. In Dalmatie groeit de ondersoort ssp. dalmatica en in de Balkanlanden en de Krim de ondersoort ssp. pallasiana. Het zijn majestueuze bomen, die 20 tot 50 meter hoog kunnen worden. Dit houtachtige gewas is heel belangrijk zowel uit het oogpunt van de economie als van de tuincultuur. |