Home > Bomen en struiken > Zwepenboom

Zwepenboom


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                    Zwepenboom
Zwepenboom
Celtis occidentalis

De klassieke benaming van de bomen met zoete vruchtjes heeft gediend als vertrekpunt om de wetenschappelijke naam van het geslacht Celtis vast te stellen. Toch zijn de vruchten van een andere Celtis (Celtis australis) niet zo zoet. De zwepenboom is een bladverliezende, houtachtige soort in de gematigde streken. In de tropen is hij bladhoudend. Het loof heeft een karakteristieke nervenstruchtuur: van de voet van het blad, vlakbij de aanzet van de ateel, gaan drie hoofdnerven uit. De schors van de nervenboom is ongewoon geschilferd en gegroefd. De twijgjes zijn weinig behaard, witgevlekt. De bladeren staan verspreid, zijn 6 tot 12 cm lang, zwak hartvormig aan de basis, sterk getand. Aan de voet van het blad is de rand gaaf en soms aan een kant helemaal gaafrandig. De bovenkant is glad, de onderkant blijft alleen op de nerven harig. De langgesteelde bloemen staan in groepjes van 6 en zijn tweeslachtig; soms komt men afzonderlijke mannelijk bloemen tegen, Hij bloeit eind mei. De vruchtjes zijn rond en vlezig, ongeveer I cm lang; als ze rijp zijn, Worden ze bruin-oranje. De zwepenboom hoort thuis in Noord-Amerika in een streek tussen Quebec en Manitoba; In het zuiden groeit hij in Alabama, Kansas en Naard-Carolina. Hij wordt sinds 1636 gekweekt. Hij groeit beter dan de Celtis australis, die in verschillende Europese landen veel gevraagd wordt als laanboom. Celtis australis heeft een gladde stam, die lijkt op die van de beuk. De takjes zijn bedekt met haar, het blad is hard en de vruchtjes zijn paars, bijna zwart. Het hout van de zwepenboom is dicht, zwaar, buigzaam en taai. Het wordt gebruikt voor het maken van blaasinstumenten en stokken, zoals roeispanen en hengelstokken. Deze boom kan in Europa 20 meter hoog worden en in de V.S. 40 meter. Het is in warme streken een fraaie laanboom.