Home > Dieren > Honden > Black and Tan Coonhound

Black And Tan Coonhound


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                                  BLACK AND TAN COONHOUND
BLACK AND TAN COONHOUND
De Black and Tan Coonhound is een snelle, geharde, hardwerkende hond die, net zoals de Bloedhond, zijn prooi niet doodt. Wat uiterlijk betreft gelijkt hij op de Bloedhond, maar de Coonhound is te herkennen aan het ontbreken van de rimpels die zo karakteristiek zijn voor de Bloedhond.

Lichaamsbeweging
Een werkhond, die dus zeer veel inspannende beweging nodig heeft.
Uiterlijke verzorging
Dagelijks verzorgen met de glanshandschoen. Aangeraden wordt de oren geregeld te inspecteren.
Voeding
Als Barzoi.
Oorsprong en geschiedenis
Ondanks dat hij nauw verwant is aan de Bloedhond waarmee hij in grootte en vaak ook in kleur overeenkomt, is de Black and Tan Coonhound een echt Amerikans ras. Zijn afstamming gaat terug van de Talbot hound tot de Bloedhond en de Virginia Foxhound. De Black and Tan is een van de zes Coonhound-varieteiten die men in de Verenigde Staten erkent en wordt gebruikt voor de jacht op buidelrat en wasbeer. Het is een werkende jachthhond, die men niet vaak in de tentoonstellingsring ziet.

RASPUNTEN
Algemene verschijning. De Black and Tan Coonhound is in de eerste plaats een werkhond, bestand tegen de ontberingen van de winter, de zomerse hitte en de moeilijke terreinomstandigheden waaronder hij moet werken. De rasvereniging vraagt de keurmeesters grote nadruk te leggen op deze factoren bij het beoordelen van de hond. De algemene indruk moet die van een krachtige, snelle, alerte hond zijn. Zijn uitdrukking is alert, vriendelijk, vurig en agressief. Hij moet onmiddellijk opvallen door zijn eigenschap met krachtige, ritmische schreden veel grond te beslaan.
Kleur. Gitzwart, met warm bruine aftekeningen boven de ogen, opzij van de snuit en op borst, benen en broek, en met zwarte haren op de tenen.
Hoofd en schedel. Moet scherp gesneden zijn, met een middelmatige stop halverwege tussen achterhoofdsknobbel en neus. Het hoofd moet bij de reu 23-25 cm en bij de teef 20-23 cm lang zijn. Van opzij gezien loopt de schedellijn vrijwel evenwijdig aan die van de snuit. De huid mag geen rimpels of te veel keelhuid vertonen. De lippen moeten goed ontwikkeld zijn, met de typische vorm van de lippen vna een lopende hond. Neusgaten wijd open en altijd zwart. De schedel neigt sluiten gelijkmaig in een licht schaargebit.
Staart, Krachtig, met de aanzet iets onder de ruglijn; vrij gedragen en in actie vrijwel in een rechte hoek met de rug gedragen.
Voeten. Moeten katachtig zijn, met dicht aaneengesloten, goed gebogen tenen en dikke, sterke voetzolen.