Start               Direct naar Katten              Direct naar Honden                Direct naar Vogels              Direct naar Vissen           Direct naar Paarden  
  Home
  Dieren
Vissen
Katten
Katachtigen
Vogels
Honden
Paarden
  Bomen en struiken
  Woordenboek
  Klantenservices
  In de Media
  Nieuws
  Over Ons
  Neem contact op
  Links

Home > Dieren > Honden > Grote Poedel

Grote Poedel

Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                                  grote poedel
GROTE POEDEL
De Poedel heeft een vrolijk karakter en is schrander en gehoorzaam. Bij gehoorzaamheidsproeven blijkt hij een zeer bruikbare hond te zijn. De Poedel is dol op water, als zijn baas het hem toestaat, maar hij is vooral een tentoostellingshond waar hij, in het traditionele leeuwtoilet geschoren, een lust voor het oog is.

Grootte
Schofthoogte 45-55 cm.

Lichaamsbeweging
Dit is een stevige, gezonde hond, die graag buiten is, een groot uithoudingsvermogen heeft en niets van zijn instincten als apporterende jachthond heeft verloren. hij heeft dan ook zeer veel lichaamsbeweging noding.

Uiterlijke verzorging
Gebruik een stozuigerborstel en een metalen kam met lange tanden voor de dagelijkse verzorging van de tentoonstellingsring noodzakelijk, maar meestal beperken de Poedelbezitters zich tot de natuurlijker lamsvacht.

Voeding
Ongeveer 550 gram blikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid hondebrood; of 3 kopjes volledig hondevoer, vermengd met 1,1/2 kopje warm of koud water.

Oorsprong en geschiedenis
De Poedel was oorspronkelijk een ruigharige waakhond, een apporterende hond en een hoeder van schapen, met soortgelijke vooerouders als de lerse Waterspaniel, waaronder zonder twijfel de Franse Barbet en de Hongaarse Waterhond.
Mogelijk is de Grote Poedel niet, zoals velen veronderstellen, alleen van Franse origine. In Duitsland ontstond hij als apporterende hond van awterwild; de naam Poedel zou men willen verklaren als te zijn ontstaan, uit het Duitse woord 'pudelnass', dat wij in het Nederlands echter ook kennen ('poedelen'). Van deze vrij grote hond zijn de Dwerg -en de Middenslag Poedel afgeleid.
In Engeland kent men het ras sedert Ruprecht, prins van de Palts, Karel I in zijn strijd te hulp kwam, in gezelscap van zijn Poedel. Ook Marie Antoinette was zeer gesteld op dit ras en volgens het leeuwtoliet, toen ze een stijl zocht die aansloot bij het uniform dat door haar hovelingen werd gedragen.

RASPUNTEN
Algemene verschijning. Een zeer actieve, intelligente, harmonische, er sierlijk uitziende hond met een goed temperament en een trose houding.
Kleur. Alle effen kleuren. Bij witte en cremekleurige Poedels moeten neus, lippen en oogranden zwart zijn; zwarte teennagels zijn gewenst. Bruine Poedels moeten donkere, amberkleurige ogen en donker leverkleurige lippen, oogranden, neus en teenagels hebben. Bij abrikooskleurige Poedels zijn donkere ogen met zwarte puntjes of diep ambekleurige ogen met leverkleurige puntjes vereist. Zwarte, zilverkleurige en blauwe Poedels moeten een zwarte neus en zwarte loppen, oogranden en teennagels hebben. Creme, abrikooskleurige, bruine, zilverkleurige en blauwe Poedels mogen tot een leefttijd van 18 maanden diverse tintenvan dezelfde kleur vertonen. De voorkeur gaat uit naar zuivere kleuren.
Hoofd en schedel. Lang en fijn, met een lichte achterhoofdsknobbel. Schdel niet breed en een matige stop. Voorsnuit krachtig, goed gesneden, niet onder de ogen wegvallend, met vlakke botten en spieren. Lippen strak. Duidelijke kin, die echter niet uitsteekt. Het gehele hoofd moet in een goede verhouding staan tot de test van het lichaam.
Staart. Tamelijk hoog aangezet, in een kleine hoek schuin omhoog gedragen en nooit gekruld of over de rug; dik bij de wortel.
Voeten. Stevige middenvoeten; de goed gesloten voeten zijn naar verhouding klein en ovaal van vorm en staan noch naar binnen, noch naar buiten gedraaid. Tennen gebogen; voetzolen dik, hard en van goede kussens voorzien.