Home > Dieren > Honden > Herders > Duitse Herdershond

Duitse Herdershond


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                        duitse herdershond
DUITSE HERDERSHOND

De Duitse Herdershond heeft in de gehele wereld van alle rassen misschien wel de grooste aan hang, maar tevens roept hij bij het publiek de meeste emoties op. De een aanbidt het ras, de ander verafschuwt het. Als een hond van een kleiner ras de postbode bij de broek grijpt, blijft deze misstap vaak onvermeld, maar doet een Duitse Herder dit, dan wordt er al snel veel ophef van gemaakt.

            De Duitse Herdershond is ee va de moedigste en inteligenste rassen en misschien wel het intelligentste in de beide wereldoorogen hebben vele van deze honden het leven verloren. Ze zijn reeds lang als blindegeleidehond, politiehond en legerhond in gebruik. Het is een bijzonder gewilde waakhond, maar het is ook juist zijn sterk ontwikkeld waakinstinct dat hem de das om kan doen:een Duitse Herder die op een kleuter moet passen, is in staat een vreemde die aan het tuinhek komt lelijktoe takelen. Ook kan hij van louter verveling vlas worden, wanneer hij alleen als gezelschphond wordt gehouden. Een Duitse Herdershond moet beslist iets te doen hebben, of dit nu een openbare taak als politiehond is of dat men hem vaak aan gehoorzaamheidstests en werkproven laat meedoen.

 

Grootte

De ideale hoogte (gemrten tot het hoogste punt van de schouder) is 56-61 cm vor teven en 61-66 cm voor reunen. De verhouding tussen lengte en hoogte varieert van 10:9 tot 10:8,5.

 

Lichaamsbeging

Vereist zeer veel lichaamsbeweging waarbij hij vaak los moet kunnen rennen; zo mogelijk moet men hem geregeld aan gehoorzaamheidproven mee laten doen. Hij blinkt uit bij geur- en apporteerproeven en wordt niet voor niets gebruikt voor het opsporen van gesmokkelde drugs en de befaamde 'zwarte doos' nadat een vliegtuig is neergestort.

 

Uiterlijke verzorging

Aanbevolen wordt een dagelijkse boretelbeurt.

 

Voeding

Geef het dier dagelijks 550-900 gram blikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid hondebrood; of 5 kopjes volledig hondevoer, vermengd met 2-1/2 kopje warm of koud water.

 

Gezondheidszorg

De Duitse Herder is een gezond, sterk ras. Zijn populariteit heeft echter onvermijdelijk geleid tot fokken in het wilde weg, met als gevolg een achteruitgang in karakter en vorm. Zorg bij aanschaf een Duitse Herder te kopen die gegarandeerd vrij is van erfelijke heudysplasie, een misvorming van het heupgewricht waardoor de hond reeds op jonge leeftijd kreupel kan worden. Betrouwbare fokkers fokken niet met een stam die deze erfelijke ziekte bij zich draagt. Velen zijn van mening dat dit defect vooral aandacht voor de gedrukte houding van de tentoonstellingshond.

 

Oorsprong en geschiedenis

Volgens sommigen stamt de Duitse Herdershond van de wolf uit het Bronzen Tijdperk af, waat misschien wat ongelukkig verwijst naar door de mens gevreesde wolfachtige neigingen. Vaststaat dat er in de 7de eeuw en herdershond van dit type, zij het met een herdershond van dit type, zij het met een lichtere vacht in Duitsland voorkwam en dat de vacht in de 16de eeuw inmiddels nmerkelijk donkerder was geworden.

            Het ras werd voor het eerst in 1882 opeen tentoonstelling in Hannover geexposeerd. Vel heeft het ras te danken aande Duitse fokker ritmeester Von Stephanitz, die het karakter en het uiterlijk van het ras sterk verbeterde. Dit gebeurde vooral in Wurttemberg, Hessen, Thutingen en Beiren. In de jaren negentig werd de Duitse rasverreninging opgericht en een standaaed opgesteld, waarna ook in andere landen rasvereniging opgericht en een standaard opgesteld, waarna ook in andere landen rasverrenigingen ontstonden. In Engeland was het ras lang bekend als de 'Alsatian' ('Elzasser'), omdat in die tijd een Engesman het woord 'German' (='Duits') nauwelijks over zijn lippen kon krojgen. Sedert 1971 heet het ras daar echter ook 'German Shepherd Dog'.

 

RASPUNTEN

Uiterlijke verschijning. De Duitse Herdershond is een harmonische hond. Zijn gangwerk vertoont een grote soepelheid en hij is niet te massief noch te zwaar, maar tegelijkertijd zonder eing spoor van slapheid en gelijkkenis met het Windhondtype. Het lichaam is vrij lang, met sterke botten, gespierd, duidelijk in staat tot plotselinge bewegingen en gebouwd op snelheid en uithoudingsvermogen. Het gangwerk wikkelt zich vlak boven de grond af, is soepel en de benen grijpen diagonaal ver naar voren, waarbij de op-en-neergaande beweging van het lichaam minimaal is en volledig vrij van stramheid.

Kleur. De kleur is bij de Duitse Herdershond op zich niet belangrijk: deze heeft geen invloed op zijn karakter of geschiktheid voor het werk en is dus van secundaire betekenis. Geheel wit of vrijwel wit is, behalve met zwarte haarpunten, niet gewenst. De uiteindelijke kleur van de hond is pas te zien als bij de pup het dekhaar doorkomt.

Hoofd en schedel. Het hoofd harmonieert met de lichaamsgrootte, is lang, droog en fijn gesneden, deschedel van achteren breed, echter zonder einge grofheid, naar de neus toe versmallend, met slechts een lichte stop tussen de ogen. De schedel is iets gewelfd en de bovenkant van de neus moet evenwijdig lopen aan het voorhoofd. De wangen mogen niet rond zijn en in het geheel niet uitsteken; van bovenaf gezien moet het hoofd een soort V-vorm hebben en goed gevuld zijn onder de ogen. De voorsnuiit moet van boven naar onderen een goede diepte vertonen. De snuit is krachtig en lang, maar mag door het versmallen naar de neus toe niet de indrunk wekken van bovenvoorbijten. Het hoofd mag geen enkele slapte vertonen, spits zijn of hanglippen hebben. Delippen moeten strak aansluiten en droog zijn. Neus zwart.

Staart. In rust moet de staart in een lichte boog omlaaghangen en minstens tot aan de sprongen reiken Bij de voortbeging en onder spanning gaat hij omhoog, maar hij mag onder geen beding hoger komen dan een denkbeeldige horzontale lijn door de staartwortel.

Voeten. De voeten moeten rond zijn, de tenen sterk, licht gebogen en dicht aaneengesloten. De voetzolen moeten stevig zijn en de nagels kort en sterk. Hubertusklawen zijn gen fout, noch een deugd; aan de achterbenen moeten ze op een leeftijd van 4-5 dagen worden verwijderd, daar ze vrijwel zeker de gang bederven.