Home > Dieren > Honden > Komondor
Komondor
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KOMONDOR De Komondor (meervoud Komondorok) is een grote, witte hond met een indrukwekkende houding, zeer sterk en lenig voor zijn grootte. Een volwassen exemplaar kan met geen enkel andere ras worden verward. Hij is bedekt met een weelderige, in slierten of koorden vallende vacht en ziet eruit als een ouderwetse zwabber. Het is een trouwe hond, met als levensdoel het bewaken van de bezittingen van zijn baas. Zonder provocatie valt hij niet aan, maar ongenode gasten worden niet geduld. Grootte Gewicht: reu circa 50-61 kg, teef 36-50 kg. Hoogte: reu gemiddelmd 80 cm, minimaal 66 cm; teef gemiddeld 70 cm, minimaal 60 cm. Van de Komondor kan worden gezegd dat er geen maximumhoogte is, maar de hoogte moet altijd in beschouwing worden genomen wanneer men zich een algemeen beeld van de hond vormt, die krachtig beeld van de hond vormt, die krachtig en harmonisch gebouwd moet zijn en de indruk van kolossale kracht moet wekken.
Lichaamsbeweging De pup is groot en actief en heeft voor een goede ontwikkeling zeer veel lichaamsbeweging nodig. Een volgroeide hond is reeds bij een matige hoeveelheid lichaamsbeweging in een goede conditie te houden. In de stad zal men hem aande lijn moeten houden. Uiterlijke verzorging De Komondor heeft een dikke, zware, dubbele vacht; de kortere ondervacht is wollig en zacht, de buitenste vacht is langer, grof en golvend. De combinatie van de twee haartypen vormt een soort van nature klittende strengen. De vacht voelt viltig aan. Hij is uniek en als u eenmaal gewend bent aan de uitgegroeide vacht, zult u hem vast zo willen houden. Hij wordt nooit geborsteld of geksmd. De eigenaar van de Komondor helpt alleen wat door de grootte van de strengen te regelen o- plekken waar de vervilting te sterk is: meestal op en achter de oren en waar de ledematen aan het lichaam zitten. Doe de Komondor in bad wanneer hij vuil is; maak de vacht zorgvldig nat en gebruik een hondeshampoo; spoel de vacht goed uit en droog deze met behulp van handdoeken af. Het duurt zeer lang voordat een volwassen hond droog is. De strengen onwarren hond droog is. De strengen ontwarren niet door het wassen hond droog is. De strengen ontwarren niet door het wassen: ze worden eerder nog hechter. Zijn ogen, iren, voetzolen en nagels vereisen de normele aandacht. Lopende oren en tranende ogen leiden tot vlekken in de vacht. Voeding Aanbevolen wordt 550-900 gram blikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid hondebrood; of 5 kopjes volledig hondevoer, vermengd met 2,1/2 kopje warm of koud water. Een werkhond geeft men hondebrood.
Oorsprong en geschiedenis De Komondor werd eeuwenlang op de Hongaarse poesta's gefokt voor de bewaking van kudden en eigendommen tegen dieven en roofdieren. Hij werkte alleen en samen met andere honden; eerst hoedde hij het halfwilde Hongaarse schaap, later elke kudde en bezitting die de bescherming van een grote, indrukwekkende hond vereiste. In het ras is het instinct gefokt om iets te bewaken en ook om beslissingen te nemen. De Komondor beschermt datgene wat hem is toevertrouwd, of dit nu op een boerderij schapen, geiten, runderen of kippen zijn, of in huis katten, andere honden of kinderen. RASPUNTEN Algemene verschijning. Een grote, gespierde hond, met zeer veel bot en substantie; kortom, een krachtig gebouwd dier. Kleuren. Altijd wit. In het ideale geval is de huid grijs; een roze huid is aanvaardbaar als er geen teken van albinisme is. Hoofd en schedel. Het hoofd ziet er enigszins kort uit in vergelijking met het brede voorhoofd. Van opzij gezien moet de schedel iets gebogen zijn. Stop matig, snuit iets korter dan de schedellengte. Brede, tamelijk grove snuit, niet puntig. Neusgaten wijd. Neus zwart, hoewel een donkergrijze of donkerbruine neus aanvaardbar is echter niet gewenst). Staart. Een voortzetting van de lichaamslijn; moet tot aan de aprongen reiken en is an het uiteinde iets gebogen; bij opwinding houdt de hond de staart in een lijn met de rug. Voeten. Sterk, groot en compact; goed gebogen tenen. Nagels sterk, grijs of zwart; tenen aan deachtervoeten iets langer. Voetzolen hard, veerkrachtig en donker.
|