Home > Dieren > Honden > Retriever > Labrador Retriever
Labrador Retriever
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 LABRADOR RETRIEVER Net zolals de Golden Retriever kan de Labrador Retriever niet genoeg als hond voor het gehele gezin worden aanbevolen. Het is een uitsekende apporteur, is met kinderen te vertrouwen en boekt goede resultaten bij gehoorzaamheidswedstrijden. De Labrador Retriever word zeer veel als blindegeleidehond gebruikt. Grootte Hoogte: reu 56-57 cm, teef 54,5-56 cm. Lichaamsbeweging Minsstens een uur dag buiten, waarbij hij ook los moet kunnen lopen; daarbij is een griote tuin eigenlijk ook noodzakelijk. Uiterlijke verzorging Een regelmatige borstebeurt. Voeding Als Golden Retriever. Oorsprong en geschiedenis De Labrador Retriver kwam in de jaren dertig van de vorige eeuw met vissers uit Newfounland (niet Labredor) mee naar Enge land. De taak van deze honden bestond in die tijd uit het aan boord brengen van de netten van de vissers; hun zwemvermogen is bewaard gebleven. In vele delen van de wereld is de Labrador tegenwoordig een geliefde gezinshond, terwijl hij soms ook nog voor de jacht wordt gebruikt. RASPUNTEN Algemene verschijning. De Labrador moet een krachiting gebouwde, zeer actieve hond met korte lenden, een brede schedel, breed in de borst en ribben, en breed en strek in de lenden en achterhand zijn. De vacht is kort en dicht, met een dichte ondervacht en zonder bevedering. De hond mag zich van voren en van achteren niet te wijd, nochte nauw bewegen; hij moet correct gaan en staan op alle vier zijn beben en voeten. Kleur. Meestal zwart of geel, maar ook andere effen kleuren zijn toegestaan. De vacht mag geen wit vertonen, behalve een kleine, witte vlek op de borst. De vacht moet effen gekleurd zijn en er niet gevlekt uitzien. Hoofd en schedel. De scheel moet breed zijn, met een duidelijke stop, zodat de schedel en de neurug niet in een rechte lijn liggen. Het hoofd moet droog zijn, zonder vlezige wangen. Kaken middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend; de neus is bred en de neusgaten zijn goed ontwikkeld. Staart. Een opvallend kenmerk van het ras: bij de basis moet hij zeer dik zijn en naar de punt toe geleidelijk toelopend; hij is middelmatig lang en vrijwel zonder enige bevedering, maar rondom geheel bedekt met de korte, dikke vacht van de Labrador, aldus de bijzondere ronde vorm krijgend waardoor men hem aanduidt met 'otterstaart'. De staart mag vrolijk worden gedragen, echter niet over de rug gekruld. Voeten. Rond en gesloten, met goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen. |