|
|
Home > Dieren > Honden > Terrier > Sealyham Terrier
Sealyham Terrier
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 SEALYHAM TERRIER De Sealyham werd oorspronkelijk gefokt als rattenvanger en dashond, maar heeft zich ontwikkeld tot een sierlijk huisdier en een tentoonstellingshond voor hen die de tijd hebben zich geheel aan de verzorging van zijn vacht te wijden. De Sealyham Terrier is een kleine, sportieve, aardige terrier, zeer toegewijd aan zijn bazen en betrouwbaar met kinderen. Hij kan echter koppig en bijterig worden als hij in zijn jeugd niet op vriendelijke wijze strak wordt gehouden.
Grootte Het gewicht van de reu moet niet meer bedragen dan 9 kg en van de teef niet meer dan 8, 2 kg. Schofthoogte maximaal 30 cm.
Lichaasmsbeweging Deze hond voet zich uitstekend als hij geregeld in het park wordt uitgelaten en daarbij af en toe los mag. Geeft men de Sealyham Terrier de kans, dan zal hij zich buiten met vreugde uitleven en dan ook meestal onder de modder komen te zitten.
Uiterlijke verzoging De Sealyham Terrier moet minstens tweemaal per jaar met de hand worden geplukt, terwijl dagelijks met en stalen kam het overtolige haar wordt verwijderd. Zoals reeds eerder is vermeld kan onoordeelundig trimmen voor zowels baas als hond een rampzalige ervaring zijn; men moet dit karwei dus aan de vakman overlaten of zich ten minste eerst door deskundige goed laten instrueren. Een oudere hond kan men desnoods knippen.
Voeding 375 gram blikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid hondebrood; of 1-1/2 kopje volledig hondevoer, vermengd met 3/4 kopje warm of koud water. Bovendien is de Sealyham dol op een bot! Oorsprong en geschiedenis De Sealyham Terrier dankt zijn naam aan Sealyham in Haverfordwest, in Walles (Engeland), waar het ras halverwege de 19de eeuw werd ontwikkeld uit andere terriers met gebleken geschiktheid voor de jacht op vos, das en ongedierte. (Sommigen beweren dat dat de Sealyham zijn bestaan dankt aan een in de 15de eeuw vanuit Belgie in Wales ingeoerde terrier).
RASPUNTEN Algemene verschijning. Die van een vrij bewegende, actieve hond. Kleur. Meestal geheel wit of wit met citroenigele, bruine of daskleurige aftekeningen op hoofd en oren. Hoofd en schedel. De schedel moet enigszins gewelfd zijn en breed tussen de oren. Hoofd krachtig en lang, met een vierkante kaak waarmee hij goed kan toebijten. Neus zwart. Staart. Recht gedragen. Voeten. Rond katachtig, met dikke voetzolen.
|
|
|