Home > Dieren > Katten > Geschidenis en erfelijkheid
Geschidenis En Erfelijkheid
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 Geschiedenis en erfelijkheid Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat de domesticatie van katten al van voor 2500 v. C. dateert. De eerste aanwijzingen zijn in Egypte ontdekt, waar men werkelijk honderdduizenden mummies van katten vond. Omstreeks 1000 v. C. werden ook in China, en later in Japan, katten gehouden. De kat werd gewaardeerd omdat hij in zijn functie van knaagdierenverdelger de zijderupskwekerijen, graanschuren en oude manuscripten tegen ratten en muizen beschermde. Op muurschilderingen en andere overblijfselen uit Egypte en Pompeij staan gestreepte of gevlekte tabbykatten afgebeeld. De Egyptenaren beschouwden de kat zelfs als een godheid waaraan velerlei magische krachten werden toegeschreven. In de middeleeuwen ging de Kerk, in een poging de mensen van magie en occultisme af te brengen, over tot vervolging van katten en hun eigenaars. Mogelijk was dit de oorzaak van de in het midden van de 14de eeuw in Europa en Azie woedende builenpest, omdat er nauwelijks katten over waren om de rattenstand, waardoor de pest verbreid werd, binnen de perken te houden. Aan het einde van de 18de eeuw werd het belang van de kat als jager op ongedierte weer erkend en kon hij zijn plaats in de huiselijke kring innemen. Pas aan het einde van de 19de eeuw is de belangstelling voor katten echt op gang gekomen. De mensen raakten geboeid door de verschillende kleuren en tekeningen van de kattevacht. Naarmate de erfelijkheidsleer meer en meer een wetenschap werd, begonnen kattenfokkers zich te interesseren voor het fokken van nieuwe rassen en kleuren en de vervolmaking van de bestaande. Wat er echter ook met hem wordt ondernomen, de kat blijft altijd kat. En dit is maar gelukkig, want het is van soort blijft voortbestaan. Een wereld zonder katten zou een armzalige wereld zijn. Sinds de Eerste Wereldoorlog heeft de wetenschap der genetica of erfelijkheidsleer een grote ontwikkeling doorgemaakt. Voorspeld kan worden dat binnen de komende tien tot twintig jaar katten in alle denkbare kleuren, vachttypen en kleurtekeningen ter wereld zullen komen. Of dit altijd even verstandig zal zijn, echter betwijfeld worden. Wat nu volgt over erfelijkheid is met opzet eenvoudig gehouden. Eenieder die meer over dit onderwerp wil weten, zij verwezen naar de literatuurlijst op blz. 154. |