Home > Dieren > Katten > Langharige katten > Noorse boskat
Noorse Boskat
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 NOORSE BOSKAT Sterke punten Mooi Atletisch Waterdichte vacht Goede jager Speels Zwakke punten Uiterlijk moet dagelijks worden verzorgd Vertoeft bij voorkeur buiten Verhaart sterk in voorjaar en zomer De Noorse Boskat is een sterke, actieve kat, die liefst buiten is. Hij klimt graag in bomen en komt dan weer spiraalsgewijs, met zijn kop naar beneden, omlaag. Hij bezit een unieke, waterdichte vacht, die na zware regen binnen een kwartier weer droog is. Hij heeft graag pubiek en es aanhankelijk, schrander en bijzonder speels. De Noorse Boskat is gewend aan een hard bestaan. Het is een uitstekende muizenvanger. Hij voelt zich buiten het prettigst en zal zich op een flat snel gaan vervelen. Uiterlijke verzorging De Noorse Boskat heeft een dubbele vacht: een dichte, wollige ondervacht en een waterbestendige, zijdeachtige bovenvacht. De vacht klit niet, maar moet bij een tentoonstellingsdier dagelijks goed worden verzorgd. Ter voorkoming van haarballen moet ook een als huiskat gehouden Noorse Boskat dagelijks worden gekamd en geborsteld, met name 's zomers, wanneer de ondervacht verhaart. Het onderhoud vraagt daarna wat minder tijd, totdat in de herfst de vacht zich weer volledig heeft ontwikkeld. Oorsprong en geschiedenis Ondanks zijn wild klinkende naam is de Noorse Boskat in Noorwegen altijd in mindere of meerdere mate gedomesticeerd geweest. Hij leeft al eeuwenlang samen met of in de buurt van de mens. Zelfs nu worden deze katten nog geregeld op boerderijen gehouden. Men neemt aan dat het ras zich ten gevolge van het ruwe Scandinavische klimaat heeft ontwikkeld. Waarschijnlijk waren zijn voorouders kortharige katten uit Zuid-Europa en langharige uit Klein-Azie, door kooplieden en reizigers naar Scandinavie meegenomen. Ze werden meestal als muizenvangers gehouden en leidden een buitenleven. Alleen de dieren met de dikste vachten kwamen de winter door. Inmiddels zijn er stamlijnen van raskatten gevormd; er zijn ca. 500 geregistreerde Noorse Boskatten. In 1977 bereikte het ras de kampioenschapsstatus bij de FIFE (Federation Internationale Feline d' Europe). De meeste exemplaren staan in Noorwegen ingeschreven; daarbuiten is het ras weinig bekend. Fokken De poezen jongen gemakkelijk en zijn goede moeders. Kittens De Kittens zijn gezond en speels. De volwassen vacht begint zich na 3-5 maanden to ontwikkelen. RASSTANDAARD De Noorse Boskat moet een krachtige indruk maken; hij is goed gebouwd en gespierd, met een lang lichaam en lange poten. Kenmerkend is de ruige, waterbestendige vacht. Vacht. Zeer lange bovenvacht; de dekharen zijn glan en vettig, waardoor de vacht waterbestendig is. Dichte, wollige ondervacht. In de herfst vertonen hals en borst een kraag, maar deze valt de volgende zomer uit. De vachtkwaliteit wordt soms bepaald door de levensomstandigheden: de katten die merendeels binnen zijn hebben een zachtere, kortere vacht. Lichaam. Lang, groot en zwaargebouwd. Lange poten; achterpoten langer dan voorpoten. Voeten breed, met zware klauwen. Een slank type is foutief. Staart. Lang en volbehaard. Kop. Driehoekig van vorm, met een lange, brede, rechte neus zonder stop. Lange hals. Gevulde wangen. Zware kin. Oren lang, hoop op de kop geplaatst, recht en spits; aan de binnenzijde goed gevoerd met lange haarpluimen. Snorharen opvallend en lang. fouten zijn een korte neus en kleine of ver uiteenstaande oren. Ogen. Groot, wijd open en ver uiteenstaand. KLEURIN NOORSE BOSKAT Elke vachtkleur of -tekening is toegestaan, met of zonder wit. Gewoonlijk is er wit op borst en voetjes. De vacht is bij de tabby's meestal zwaarder dan bij de effen en tweekleurige varieteiten. De oogkleur moet in overeenstem ming zijn met die van de vacht.
|