
CAMARGUE PAARD (Crin Blanc)
Primitief, halfwild, betrekkelijk grote pony; geliefd als hard, sober rijpaard met uithoudingsvermogen met een vurig temperament en goedaardig van karakter.
Tamelijk zwaar hoofd met korte oren en grote uitdrukkingsvolle ogen;hals meestal recht of zelfs hertehals; weinig schoft; krachtig, hals mestal recht of zellllfs hrrtehals' brede borst;l weinig schoft; krach- tige, gespierde rug ; kort, recht, smal kruis;lange onderarm en schenkel; droge ledematen met solide gewrichten; sterke hoeven; geweldige grasbuik; goede staartinplanting, weelderige manen- en staarthaardos; meiging tot het vormen van een baard; in 't algemeen schimmelkleur, vossen zijn zeldzaam; hoogte 1.35 - 1.45 m.
Niet zeer snel, maar met veel uithoudingsvermogen in alle drie de gangen.
Fokgebieden, Zuid-Frankrijk; Camargue, Rhone-delta, Le Pays d' Arles groeit op in half-wilde kudden ('Manades').
Men gelooft op grond van onderzoekingen te mogen aannemen dat het tegenwoordige Camargue paard van het voor-historische Solutre-paard afstamt. In de loop der tijden zal echter vrij veel met Spaans, Berbers en Oosters bloed gekruist zijn.