Home > Dieren > Paarden > Kladruber

Kladruber


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                                   kladruber
KLADRUBER

Grote, elegante karossier; tuig- en werkpaard met een trotse houding; vurig temperament, goedaardig karakter; in de voormange Donaumonarchie een galakoets- en paradepaard, laat rijp, doch leeft lang.
Een groot, lang, zwaar hoofd met scherpe 'trekken', breed voorhoofd en een ongewoon sterke ramsneus; grote vooruitstaande ogen met veel wit; brede kaken; geweldige en sterk verheven hals (zwanehals); korte, lage, ronde schoft; lange, rechte rug, mooi gewelfde, brede, eveneens tamelijk lange lendenen; breed en recht, maar kort kruis; staart hoog ingeplant en fraai gedragen; brede en diepe borst; schouder tamelijk steil, doch goed gespierd; fraaie ribbenweliving; krachtig, gespierde ledematen met sterke, droge pijpen, pezen en gewrichten; tamelijk steil spronggewricht; lang gekoot; grote en steile hoeven; kleuren uitsluitend schimmels en zwarten; hoogte 1.70-1.90 m.
Stap niet zeer lang, meer schrijdend; draf kort en stampend, met hoge, wat drukke actie- 'Spaanse pas met hoge knie-buiging' zou men kunnen zeggen; moeilijke galop.
Tsjecho-Slowakije (vroeger behorend tot Oostenrijk-Hongarije). Volgens kleur afzonderlijk gefokt: schimmels (stoeterij Kladrub ), zwarten (stoeterij Slatinany).
De hofstoeterij Kladrub werd in 1572 door Keizer Maximiliaan II gesticht en voorzien van Spaanse en Italiaanse paarden. Stamvader van de tegenwoordige schimmellijn werd in 1764 een Italiaanse Pepoki-hengst; zijn kleinzoon 'Generale' gaf zijn naam aan de schimmelstam in Kladrub. Grondvester van de zwarten werd de in 1799 ingevoerde hengst 'Sacramoso' van het Spaans-Italiaanse Polesina-ras. Nog steeds dragen de zwarten zijn naam. Gedurende de monarchie gingen alle paarden van de stoeterij klabrub als galapaard naar de keizerlijke stallen in Wenen. Tegenwoordig is de fokkerij sterk ingekrompen en wordt door de Tsjechische Staat – uiterlijk iets veranderd -in stand gehouden.