Home > Dieren > Paarden > Nederlands warmbloedpaard

Nederlands Warmbloedpaard


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                                 nederlands warmbloedpaard
NEDERLANDS WARMBLOEDPAARD
Men onderschidt voorlopig nog twee typen t.w. 1. Gelders type en 2.Gronings type. Voeren in grote lijnen hetzelfde bloed, alleen het Gelderse type zal vrijwel altijd in sijn afstamming belangrijke invloeden laten zien van Anglo-Normandisch, Holsteins en – in geringe mate- Hackney -bloed. Het Groningse type staat meer uitsluitend op Oldenburger (en in veel geringere mate op Oostfriese) grondslag. Beide typen zijn landbouwtuigpaarden en worden dan ook in de landbouw gebruikt. Van bestaande exemplaren zijn er tot ver buiten de grenzen bekend als carossier met trotse houding en bijzonder verheven gangen. Het Groningse type verwijnt steeds meer terwijl het Gelderse type meer in de richting van het rijpaard wordt gefokt. De bedoeling is naast het rijpaardtype nog een zuiver karossiertype te handhaven, terwijl er dan niet meer over Gronings en Gelders type zal gesproken worden.
In grote lijnen is die van het Groningse type te vergelijken met het (nog niet veredelde) Oldenburger paard (zie daar); het Gelderse type onderscheidt zich hiervan door een sierlijker hals-en hoofdhouding, meestal meer schoft, veel knie-buiging in draf en ook een vlottere draf; soms ook lichter van bouw; alleen de uiterste van beide typen vertonen een duidelijk onderling verschil; de rest – de middenmoot – kan zowel tot de ene als tot de andere groep behoren; bij de middenmoot – kan zowel tot de ene als tot de andere groep behoren; bij de indeling is dan ook meestal de afstamming doorslaggevend; hoogte ca. 1.56m.
Het uitgeproken Groningse type heeft een zeer goede stap en een vlotte, doch vlakke draf; galop wat stampend. Het Gelderse type heeft, naast een vlotte, doch meestal nogal verheven draf; meestal beter galopvermogen maar de galop toch nog al eens stampend. Over 't algemeen zijn de paarden van beide typen nog teveel van nature op de voorhand om als rijpaard in alle opzichten goed te kunnen voldoen.
Fokgebieden, Nederland: alle fokkerij in particuliere handen; nafok van het Gelderse type in Belgie.
Geschiedenis: Het inlandse paard werd beginnend in de laatste jaren van de 19e eeuw steeds meer verdrongen door het Oldenburgse (en Oostfriese) paard (zgn.'Bovenlander'). In de eerste jaren van de 20ste eeuw leverde de fokkerij uitstekende carossiers (koetspaarden). Na de Eerste wereldoorlog werd zijvooral in het noorden van het land – omgeschadeld op landbouwwerkpaard met veel zwaarte, sterde achterhand, makheid en soberheid. Dit werd de toen moderne Groninger'. In Gelderland bleef men meer vasthouden aan een paard met vlotte draf, prettige sierlijke hoofd- en halshouding, tevens meer geschikt als landelijk rijpaard rijpaard. Na de Tweede wereldoorlog ging het (zware) Groninger type sterk achteruit en worden beide typen gekruist met Engels Volbloed, Anglo-Normand, Holsteiner, Trakehner e.d.met een veelzijdiger paard als doel.