Home > Dieren > Paarden > Oldenburger

Oldenburger


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                              oldenburger
OLDENBURGER

Zwaar warmbloedpaard voor alle doeleinden; de lichtere exemplaren vooral als rijpaard (springen) bruikbaar; anders het type van een sterk, elegant koetspaard met veel 'nerv' en adel; met een imponerende, trotse houding; buiengewone energie bij zwaar trekwerk; opvallend goedaardig temperament; naast het Oostpruisisch ras wel het meest homogene van alle Duitse rassen; tweede 'modeltype' van de tegenwoordige Duitse warmbloedfokkerij.

Dikwijls iets ramshoofd; flinke en opgerichte hals; krachtige, gespierde bouw; brede en diepe romp; ronde welving der ribben; breed, recht en gespierd kruis; niet zelden een iets weke rug; goede schouderligging; beendergestel en gewrichten krachtig en massief; korte, sterke pijpen ; kleur overwegend bruin, donkerbruin of zwart , vossen zeer zelden; hoogte: 1.65 – 1.75 m.

Lange, vrije stap; ruime, energieke draf met veel knieactie, krachtig vanuit de achterhand voortgedreven; galop iets zwaarmoedig.

Stoeterijen: Duitsland:Oldenburg; geen stoeterijen, omdat alle fokkerij in handen van boeren is, evenals de hengsten dat zijn. Als Olden-burgers worden alle door het Oldenburger stamboek ingeschreven paarden beschouwd en die,

welke het Oldenburger brandmerk dragen. Na-fokgebieden: vooral Oost-Holstein, Beieren (Rottal), Saksen, vroeger ook Silezie; in Denemarken:Funen en Nederland.

Onder graaf Anton Gunther von Oldenburg (1603 – 1667) eerste bloeiperiode van de Oldenburger fokkerij; invoer van Spaanse en Neapolitaanse hengsten. Daarna geleidelijk achteruitgang tot het jaar 1819, toen hengstenkeuringen ingesteld werden en primering van fokmateriaal een aanvang nam.Invoer van de beroemde uit Engeland stammende Stavesche hengst (vermoedelijk een Clevelander), die de grondlegger werd van de belangrijkste hengstenkeuringen van Oldenburg. Vanaf de 30er jaren veel invoer van Volbloed en Anglo-Normandisch bloed.