Home > Dieren > Paarden > Pinzgauer

Pinzgauer


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                                 pinzgauer
PINZGAUER
Echt bergpaard uit de Oostenrijkse en Beierse Alpen; zwaar landbouwpaard; zeer krachtig, hard, sober en gemakkelijk in het onderhoud; vroegrijp, gaat lang mee, heeft een tamelijk traag temperament en een goedaardig karakter; is gemakkelijk in de omgang, trekvast. Oorspronkelijk twee typen: 1. een lichtere = Oberlander en 2. een zwaardere = Pinzgauer. Tegenwoordig wordt in een richting verder gefokt.
Laag aangezet, lang, zwaar, wigvormig, vlezig hoofd, met kleine, goedaardige ogen, ramsneus, laag geplaatste oren, grof kroezige manen, dikke, korte hals; korte platte schoft; betrekkelijk lange, brede en dikwijls wat weke rug; lang, breed, gespleten en afhangend kruis; lange laag ingeplante staart met zware golvende beharing; zeer brede borst; geringe ribbenweliving en korte valse ribben; tamelijk rechte schouder en benen zonder kwaliteit, dikwijls met allerlei afwijkende standen, dikwijls arm gespierd; kort gekoot, veel behang; verhouding van romp tot ledematen dikwijls onharmonisch, grote platte hoeven; kleur hoofdzakelijk bruin en vos met weinig aftekeningen. De vroeger veel voorkomende getijgerde, bonte en schimmelkleuren worden zeldzamer.Hoogte 1.60 – 1.65 m. De Oberlander staat het moderne fokdoel in zoverre nader dat hij over 't algemeen wat sierlijker, geslotener en vlotter is.
Een stap-paard met betrekkelijk slappe, schuivende bewegingen in stap en draf.
Fokgebieden, Oostenrijk: Hochalpen, Salzburg, Karnten, Steiermark, Pinzgau, Pinzgau, Pongau, Lungau, Ennstal, Murboden, Gailtal, boven Praudal en dal van de Isel; fokkerij vnl. In handen van de boeren. In Duitsland: Beieren, Chiemgau, gehele Alpenvorland. Stamstoeterij is Schwaiganger. In WurtembergBaden de stoeterij Marbach. Ook hier is de fokkerij vnl. In particuliere handen.
Gaat waarschijnlijk terug op het zware Romeinse paard in de provincie Noricum. Het tegenwoordige Norische ras wordt reeds tijdens Karel de Grote vermeld. Onder de Aartsbisschoppen van Salzburg in de Middeleeuwen begon een stelselmatige gokkerij. IN het midden van de 16e eeuw werd een stoeterij gesticht in het kasteel Rief bij Hallein door Aartsbisschop Kuen, welke meer dan twee eeuwen lang de fokkerij beslissend beinvloed heeft. In de 17e eeuw werd herhaaldelijk met vreemd bloed gekruist (Spaans, Napolitaans, Belgisch, Kladruber, Clydesdale enz.) . Sedert 1884 vrijwel alleen maar zuivere teelt. In Duitsland sedert 1952 in het kader van gelijkmaking van de verschillende Norische slagen alleen maar meer 'Suddeutsches Kaltblut'.
alleen maar meer 'Suddeutsches Kaltblut'.