Home > Dieren > Vissen > Baars > Geeloog Roodbaars

Geeloog Roodbaars


Klik hieronder om te zoeken in onze website


Geeloog-roodbaars / SCHORPIOENVISACHTIGEN

Canary rockfish (En), Kanariengelber Felsenfisch (D), Rocote canario (E), Sebaste (F), Scorfano (I), Roodbaars (Nl) . K’aa (Hai)

Yelloweye rockfish (En), Gelbaugenrotbarsch (D), Rocote ojo amarillo (E), Sebaste a l’oeil jaune (F), Scorfano (I), Geeloog-roodbaars (Nl) . Ushmaq (Alu), Gulojet rodfish (Da), Sgan (Hai), Karmazyn zoltooki (Pl), Gulogd kungsfisk (S),

Deze soort wordt in de noordoostelijke Grote Oceaan aangetroffen en komt vanaf de Golf van Alaska tot de Mexicaanse kust in de Golf van Californie voor. De grootste exemplaren kunnen rond 75 cm lang en 4,5 kg zwaar worden. Volgroeide dieren vormen op 400-500 m diepte losse scholen en patrouilleren meestal boven rostbodem; de jonge vissen daarentegen in ondiepe tot middeldiepe wateren. Deze roodbaarzen zijn typische rovers en maken kleine vissen alsmede pelagische kreeftachtigen buit. Pas met 5-6 jaar worden ze geslachtsrijp. De paaitijd duurt van januari tot maart. Zoals bij de verwante soorten vindt zowel de bevruchting als het uitkomen van de jongen inwendig plaats; daarna worden de larven vrijgelaten. Naargelang grootte produceren de wijfjes per paaiseizoen 250.000-1.900.000 jongen. Deze vormen een deel van het in zee drijvende plankton. De soort is een gewilde consumptievis en is het beste op een diepte van 300-500 m te vangen. Vanwege hun aanzienlijke grootte en opvallende kleurenpracht zijn de geliefdste vissen uit de familie der schorpioenvisachtigen. Na de vangst moet men echter goed uitkijken en ze voorzichtig aanpakken, want de harde stekels van hun vinnen kunnen giftig zijn. Het vlees is roodachtig en in de onderhuidse lagen donkerder omdat het veel olie bevat. Het bijzonder lekkere vlees wordt vers en bevroren verhandeld en meestal gebraden of gegrild genuttigd. Ook deze bewoont de noordoostelijke Grote Oceaan vanaf de Golf van Alaska tot de Mexicaanse kust in de Golf van Californie. Hij bereikt een lengte van 105 cm en een gewicht van net 18 kg. Als habitat geeft hij de voorkeur aan watergebieden boven rots- of grindbodem. Volwassen dieren gaan tot diepten van 500-550 m. Jonge dieren houden meer van geringere diepten. De grote gele ogen, de oranjekleurige rug en de geelachtig witte buik verlenen de vis een spectaculair voorkomen. De roofzuchtig levende soort voedt zich in eerste instantie met vissen en kreeftachtigen. De wijfjes zijn ovovivipaar, wat betekent dat de bevruchting – zoals gebruikelijk bij deze familie – binnen het lichaam plaatsvindt. Daar komt ook het visbroed uit en wordt daarna vrijgelaten. De paaitijd duurt van januari tot mei. De vissen hebben roodachtig, vast en zeer aromatisch vlees. Dankzij hun aanzienlijke grootte kunnen erg rote filets uit worden gemaakt. Het vlees is aan de huidkant wat donkerder omdat zich daar een speklaag bevindt. Beroepsvissers vangen deze soort met sleepnetten en lange lijnen, en ook hobbyvissers waarderen hem als vangst. Het vlees wordt meestal gebraden, gegrild of gebakken. Bovendien kunnen er makkelijk vissoepen en stoofgerechten van worden bereid.