Home > Dieren > Vissen > Riddervis

Riddervis


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                Riddervis
Riddervis (zoetwatervorm)
Arctic char (freshwater form) (En), Seesaibling (D), Trucha alpina (E), Omble-chevalier (F), Salmerino alpino (I), Riddervis, beekridder (Nl) . Wandersaibling (Ch), Awanans (Cree), Fjeldorred (Da), Mountain trout, char (En), Akalukpik (Inu), Bleika (Is), Arktisk roye (N), Salvelino-arctico (P), Golec zwyczajny (Pl), Arktitjeskij golets (R), Pastrav alpin (Ru), Roding (S), Nieria (Sf)
De riddervis heeft in de meren van de Alpen aan hun standplaats trouwe zoetwatervormen ontwikkeld. Deze vorm is in bijna gebieden van de wereld ingevoerd. In zijn oorspronkelijke vestigingsplaats wordt de soort, die gemiddeld 30-60 cm lang wordt, inmiddels niet vaak meer aangetroffen. Zowel over de systematiek als de anatomie en biologie van de afzonderlijke ondersoorten en plaatselijke vormen heerst onduidelijkheid. Populaties die alleen voorkomen in vijvers, meren en rivieren met koud water, kunnen er een heel andere voedingswijze op na houden: er plankton-en alleseters en zelfs roofzuchtige populaties worden gevonden. De grote variabiliteit en het grote aanpassingsvermogen van de soort hebben er zeker toe bijgedragen dat riddervissen in veel streken onder gecontroleerde omstandigheden in viskwekerijen worden gehouden, hoewel ze langzamer groeien dan elke andere Salmonidesoort. Zeer kleine vormen van deze soort worden gewoonlijk tot grote vreugde van sportvissers in kleinere wateren uitgezet. Vaak zijn ze in parkvijvers te zien. Als consumptievis geserveerd wegen ze 300-400 g, een eenpersoonsportie dus. Als de vis op de juiste wijze wordt gebakken, zijn de graten ongevaarlijk.