Home > Dieren > Vogels > Eend > Harlekijneend

Harlekijneend


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                   harlekijneend
HARLEKIJNEENDH
Verspreiding : Broedt in Europa uitsluitend in Ijsland; broedt verder in Groenland, in het Westen en het Noord-Oosten van Amerika en in Noord-Oost-Azie.
Veldkenmerken : Kleinste duikeend en zeer bont gekleurd : de woerd is mooi grijsblauw met roestkleurige flanken en witte strepen rond de kop en de brost. De eend en de jongen vogels zijn bruin met vuilwitte onderzijde en witte vlekken op het voorhoofd en achter het oog. Zwemmend graag in groep, op een rijtje. Ongewoon aktief gedrag, nu en dan met geweld duikend. De roep is een sort gefluit dat eerder aan een strandloper zou doen denken.
Biotoop : Leeft bij voorkeur in het binnenland, langs rotsige zeekusten waar hoge golven of een zware branding voorkomen. Hevig stromend water hindert zelfs de pasge- boren kuikens niet, want deze wippen erin rond als stukjes kurk. Op stilstaand zoet water bijna nooit te zien. Zoekt voedsel onder de rotsen, zeer zelden op afstand van de oevers; duikt niet diep. Week- en schaaldieren, viskuit en insekten larven vormen het hoofdvoedsel.
Voortplanting : Meestal in juni, soms reeds einde mei en tot begin juli; gewoonlijk 6-7, zelden 5 of 8 tot 12 eieren, die door de eend gedurende = 29 tot 33 dagen woerden uitgebroed. Het nest zit goed verstopt onder dicht struikgewas, langewas, langs een bergrivier op een eliandje of zelfs onder een waterval. In Ijsland soms een sort kolonievorming, doch dit is onbekend in Groenland. De jongen zijn vroeger vlug dan die van de ijseend, want na = 30 dagen bezitten ze reeds een volledig verenkleed. De kuikens zijn bruin met witte wangen. Tijdens het broeden van de eend ruien de woerden op zee.
Verplaatsingen : Een uitgesproken stanvogel, behalve in het uiterste Noorden van het verspreidingsgebied : in Noord-Groenland ontbreekt deze sort bv. Vanaf September tot einde april of mei, tereijl er in Zuid-West-Groenland wordt overwinterd.

Het indrukwekkende, gefragmenteede patron van het verenkleed van deze eend is een subtiele camouflage op het heldere, bewegende water. De harlekijneend broedt naast koude, snelstromende beken en rivieren, en voedt zich met waterinsekten die zich aan rotsen en kiezels vasthouden. Hij vliegt krachtig en laag, over stroompjes. Na het broeden trekt hij naar zee waar hij duikt naar schaaldieren, schelpdieren en ander voedsel.

NEST Holte in boom of  talud, bekleed met dons.

VERSPREIDING Broedt in Alaska, Canada, Groenland, IJaland, O.-siberie.

Overwintert aan de kust.