|
|
Home > Dieren > Vogels > Eend > Siberische taling
Siberische Taling
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 SIBERISCHE TALING Verspreiding : Oost-Siberie, Westelijk tot de Jenisej-stroom en erover. Veldkenmerken : Als een grote wintertaling. Woerd in prachtkleed met mooi gekleurde kop : zwarte schedel, kin en vertikale streep door het oog, een groene met wit afgezoomde nekstreep tot aan de ogen en roomwitte tot bruingele wangen en snavelbasis. Enkele bleke verlengde rugveren met spitse punten vallen over de grauwe flanken met witte vertikale streep van voren en van achter, waar de zwarte anaalstreep begint. In het rustkleed lijken- en - sprekend op die van de wintertaling maar bezitten een ronde bleekgele vlek aan de snavelbasis en een groene en zwarte vleugelspiegel met witte en roestbruine achter-rand. Bij de wintertaling is de vleugelspiegel enkel groen. Roep : 'wotwot' ; 'kwek'. Biotoop : Moerassen en waterlopen in de siberische 'taiga'. 's Winters vaak in rijstvelden en andere zoetwatermoerassen : op sommige Japanse binnenmeren, bv. bij Osaka, telt men dan groepen van = 100.000. Als voedsel : grassen, zaden, graan, enz., ook vaak op droge akkers verzameld. Voortplanting : Van april tot juni 6 tot 9 bleekgroene, in een ondiep nestkuiltje tussen het gras of andere vegetatie, liefst op een droge plaats. De broedduur beloopt ongeveer 24 dagen. Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in Japan en Zuid-China overwintert, enkele tot in Formosa. De najaarstrek in augustus-september en bereikt zijn hoogtepunt in oktober-november. De terugkeer vanaf maart-april met achterblijvers tot mei-juin in Siberie.
|
|
|